Tijdens het sportdebat in de Tweede Kamer stond één vraag centraal: hoe blijft sport toegankelijk, betaalbaar en uitvoerbaar voor verenigingen en vrijwilligers? Woordvoerders uit meerdere fracties benadrukten de maatschappelijke waarde van sport, maar wezen tegelijk op stijgende kosten, bureaucratie en druk op vrijwilligers. Ook klonk steun voor een sterkere ombudsfunctie voor sportverenigingen, via een motie van de Kamerleden Inge van Dijk en Mohammed Mohandis.
D66 opent met persoonlijk pleidooi voor bewegen
Namens D66 kreeg Renilde Huizenga als eerste het woord. Zij begon persoonlijk. Sport vormde haar leven, van waterpolo tot werk als skileraar in de aangepaste sport. Die ervaring leert volgens haar kijken naar wat wél kan en samenwerken als basis voor een gezonde samenleving.
Huizenga, ook oud-sportbestuurslid, schetste een bredere ontwikkeling: Nederlanders bewegen minder en langdurig zitten schaadt de gezondheid. Veilig buiten spelen en toegankelijke speelplekken maken bewegen weer normaal gedrag. Investeren in sport betekent investeren in gezond ouder worden.
Tegelijk waarschuwde zij voor druk op verenigingen. Vrijwilligers lopen vast in complexe regels, stijgende kosten en verouderde accommodaties. Minder bureaucratie geeft bestuurders ruimte om zich te richten op sport zelf. Extra middelen binnen de BOSA-regeling ziet zij als noodzakelijke stap. Sport geldt volgens haar niet als luxe, maar als fundament van een gezonde samenleving.
Discussie over BOSA, bereik van sport en bureaucratie
VVD-woordvoerder Kisteman benadrukte het plezier van sport, maar wees vooral op de enorme druk rond de BOSA-regeling. De regeling raakte snel overvraagd en leidde tot veel vragen bij verenigingen. Voor de VVD blijft het coalitieakkoord leidend voor de financiering.
Mohandis (GroenLinks-PvdA) plaatste daar een bredere zorg tegenover. Zonder breedtesport ontbreekt topsport, terwijl juist deelname onder kwetsbare groepen daalt. Op de grote VWS-begroting blijft sport volgens hem beperkt zichtbaar, ondanks onderzoek dat structurele gezondheidswinst aantoont.
Ook de uitvoerbaarheid voor verenigingen kwam nadrukkelijk naar voren. Versnipperde subsidieregelingen, uiteenlopende voorwaarden en bureaucratie maken aanvragen complex en onaantrekkelijk. Sommige clubs vallen zelfs buiten de boot doordat geen bondsaansluiting geldt. Tegen die achtergrond pleitte Mohandis voor een gebruiksvriendelijk en toegankelijk systeem én stelde hij voor om eenmalig 20 miljoen euro uit de BOSA naar voren te halen.
In dezelfde lijn diende hij samen met Van Dijk (CDA) een motie in om te komen tot één toegankelijk loket voor bouw, onderhoud en verduurzaming, zodat verenigingen minder last ervaren van verschillende regelingen en oplopende regeldruk.
Daarnaast benadrukte Mohandis de rol van de RVVB, die verenigingen ondersteunt bij conflicten, juridische vragen en bestuurlijke knelpunten. Volgens hem vraagt die praktische ondersteuning om structurele borging. Daarom dienden beide Kamerleden ook een motie in om samen met NOC*NSF de ombudsfunctie voor sportverenigingen te versterken en duurzaam te verankeren, met vrijwilligers als klankbord voor verdere verenigingsondersteuning.
CDA: vrijwilligers als maatschappelijk fundament
Inge van Dijk onderstreepte het belang van vrijwilligers als dragende kracht onder de sport. De maatschappelijke waarde van hun inzet vertegenwoordigt volgens onderzoek circa 17 miljard euro. Tegelijk groeit de stapel regels, van vergunningen tot privacywetgeving.
Zij vroeg aandacht voor de werking van de vrijwilligersverzekering, aanvullende regeldruk vanuit sportbonden en de impact van de AVG. Ook wees zij opnieuw op de enorme vraag naar BOSA-middelen, die het beschikbare budget binnen enkele uren overschrijdt. Structurele verlichting van regeldruk vraagt volgens haar om een lange adem.
Daarom diende zij een motie in die oproept tot een meerjarenplan voor daadwerkelijke vermindering van regeldruk, inclusief jaarlijkse rapportage over voortgang, knelpunten en resultaten, met expliciete aandacht voor regels vanuit bonden en privacywetgeving.
Reactie staatssecretaris: steun voor ombudsfunctie, vragen blijven liggen
Demissionair staatssecretaris Tielen reageerde vooral op hoofdlijnen en verwees meerdere keren naar de nieuwe minister die binnenkort aantreedt. Het voorstel om 20 miljoen euro uit de BOSA naar voren te halen kreeg geen steun. Vragen over middelen die bij gemeenten op de plank blijven liggen voor sport verwees zij naar Binnenlandse Zaken, terwijl op vragen rond de vrijwilligersverzekering geen inhoudelijke reactie volgde.
Over de ombudsfunctie sprak zij zich duidelijker uit. Versterking en borging van praktische ondersteuning voor sportverenigingen noemde zij een goed idee. De motie hierover liet zij aan het oordeel van de Kamer, waarmee feitelijk politieke ruimte ontstaat om de rol van onder meer de RVVB verder te verstevigen binnen toekomstige verenigingsondersteuning.
Het debat liet brede politieke erkenning zien voor de waarde van sportverenigingen én voor de druk waaronder vrijwilligers functioneren. Tegelijk blijft de vertaling naar concrete investeringen, minder regels en uitvoerbare ondersteuning onderwerp van politieke keuzes.
De ingediende moties markeren daarbij een duidelijke richting: eenvoudiger toegang tot subsidies, structurele ombuds-ondersteuning en een meerjarige aanpak van regeldruk.

