Sport vormt een belangrijk onderdeel van de visie van Rogier Havelaar op Amsterdam. Volgens de CDA-lijsttrekker draait een gezonde hoofdstad om bewegen, ontmoeting en sterke verenigingen. In het verkiezingsprogramma kiest het CDA daarom voor een stevige impuls voor sport en bewegen. Het sportbudget moet volgens de partij de komende jaren doorgroeien richting de omvang van de cultuurbegroting, omdat sport minstens zo belangrijk geldt voor gezondheid en samenhang. “Daar horen duidelijke keuzes bij,” zegt Havelaar.
Die keuze vertaalt zich in structurele steun voor sportverenigingen, zowel financieel als via ondersteuning bij accommodaties en vrijwilligersbeleid. Verenigingen blijven vrijgesteld van terrasbelasting en krijgen ruimte om hun maatschappelijke rol in de wijk verder te versterken.
Bij nieuwe bouwprojecten gelden sportvoorzieningen volgens het CDA als vaste randvoorwaarde. Waar ruimte op straatniveau ontbreekt, wil de partij daken en binnenruimtes eventueel benutten voor sport en beweging, zodat ook in een groeiende stad voldoende plek blijft om te sporten.
Tegelijk richt het programma zich op brede toegankelijkheid. Kinderen en ouderen moeten makkelijker kunnen bewegen via activiteiten in parken, buurthuizen en wijken, terwijl ook kleinere sporten en gehandicaptensport nadrukkelijk plek houden in de stad.
Betaalbare sport
Betaalbaarheid speelt daarin een sleutelrol. “Regelingen voor gezinnen met een kleine beurs blijven bestaan en krijgen extra zichtbaarheid,” zegt de CDA-lijsttrekker. “Voor jonge kinderen willen we drempels wegnemen: wie op zevenjarige leeftijd geen fiets bezit, krijgt via school een fiets en fietsles. Ook zwemlessen na schooltijd moeten gerichter toegankelijk worden, zodat ieder kind leert zwemmen.”
Per wijk volgt bovendien controle op de sport- en beweegnorm, met verbeterplannen waar voorzieningen tekortschieten. “Ook watersport rond Amsterdam en Weesp krijgt bij ons extra aandacht, onder meer via een eigen vignet en korting op doorvaart naar de stad.”
Volgens Havelaar raakt sport direct aan gemeenschapszin. Vrijwilligerswerk bij verenigingen en buurtinitiatieven verdient daarom actieve stimulans, net als laagdrempelige ontmoetingsplekken voor jongeren in avonden en weekenden.
Sportieve programma’s en activiteiten voor jongeren, opgezet in samenwerking tussen scholen, buurtorganisaties en sportverenigingen, moeten jongeren perspectief bieden en talentontwikkeling stimuleren. “Gezonde sportverenigingen zorgen voor een vitale stad.”
Politiek vanuit de praktijk
Die nadruk op het alledaagse loopt als rode draad door zijn politieke werk. Havelaar, sinds 2019 actief in de Amsterdamse politiek en inmiddels twee jaar fractievoorzitter in de gemeenteraad. Hij begon ooit als commissielid op het dossier Wonen en Openbare Ruimte. Na het vertrek van Diederik Boomsma naar Den Haag volgde onverwacht het raadslidmaatschap. “Ineens zat ik daar als eenmansfractie. Dan moet je snel schakelen en tegelijk koers houden.”
Zijn achtergrond ligt in de filosofie en organisatiesociologie. Toch zoekt hij minder naar abstracte theorie dan naar ervaringen op straat. Daarom loopt hij mee met gemeentelijke diensten, zorginstellingen en bedrijven. Van vuilnisroutes in de vroege ochtend tot gesprekken in ziekenhuizen en verzorgingshuizen: overal verzamelt hij signalen uit de uitvoering. “Behandel me maar als uitzendkracht. Daar zie je wat beleid echt doet.”
Soms leveren zulke dagen tastbare inzichten op. Een avond friet bakken in een kleine zaak in de Korte Leidse Dwarsstraat liet zien hoe afvalregels botsen met de beperkte ruimte van een souterrain. Zulke ervaringen keren later terug in het debat in de raad. Praktische politiek, noemt hij dat zelf.
Wonen, leefbaarheid en sociale samenhang
Naast sport legt het CDA-programma nadruk op woningbouw voor gezinnen, herstel van balans in de openbare ruimte en een gerichte aanpak van overlast door toerisme, drugsgebruik of achterstallig onderhoud. Tegelijk klinkt een sociaal appel: bewoners moeten weer meer naar elkaar omkijken, met extra aandacht voor kwetsbare jongeren en een sterke positie voor gezinnen.
Veiligheid op straat en financieel degelijk bestuur vormen daarbij vaste pijlers. Gezonde stadsfinanciën blijven volgens Havelaar noodzakelijk om maatschappelijke keuzes mogelijk te maken. Ook de erfpachtproblematiek vraagt om transparantie en rechtvaardigheid, net als aandacht voor architectuur en zorgvuldig ruimtegebruik.
De stad in, wijk voor wijk
Om buiten de bestuurlijke bubbel te blijven, kiest Havelaar voor een opvallende campagnevorm. Hij logeert tijdelijk in verschillende stadsdelen en leeft enkele dagen tussen bewoners, ondernemers en lokale organisaties. Eerder verbleef hij in Osdorp en Amsterdam-Noord; telkens leveren gesprekken aan de keukentafel en ontmoetingen op straat nieuwe inzichten op over leefbaarheid en veiligheid. “Niet praten óver buurten, maar luisteren in de wijk zelf.”
Diezelfde nabijheid zoekt hij ook in kleinere ontmoetingen. Maandelijks schuift hij aan bij Amsterdammers uit uiteenlopende groepen om soep te eten en zorgen uit te wisselen. Daar groeit ook zijn aandacht voor maatschappelijke weerbaarheid. Havelaar denkt aan calamiteitenplannen per straat, gedragen door bewoners en ondersteund door plekken als kerken en sportaccommodaties. “Iedereen koopt een noodpakket, maar de echte vraag luidt: helpen we elkaar als het nodig is? Ook sportverenigingen kunnen daar een rol bij spelen.”
Met sport als fundament en nabijheid als methode probeert Rogier Havelaar het CDA opnieuw zichtbaar te maken in Amsterdam. Minder vanuit het stadhuis alleen, meer vanuit straat, vereniging en buurt. “Politiek begint bij luisteren. Pas daarna volgen de plannen.”

