Skip links

TC Roomburg van plek 001 naar 2138: ‘Met nummer één was dit voor ons het startsein’

TC Roomburg uit Leiden stond in januari op nummer 001 voor de BOSA-subsidie. Voor de vereniging voelde dat als zekerheid. De club wilde het clubhuis verbouwen, vroeg ongeveer 50.000 euro subsidie aan en zette de plannen in gang. Vijf maanden later zag de wereld er totaal anders uit. Na de loting stond Roomburg niet langer bovenaan, maar op plek 2138.

Voor voorzitter Erik Poel, oud algemeen directeur van de KNLTB, laat de gang van zaken zien hoe kwetsbaar sportverenigingen zijn als zij niet kunnen vertrouwen op de volgorde en duidelijkheid van subsidieregelingen. ‘Wij wilden ons clubhuis verbouwen en daarvoor BOSA aanvragen’, zegt Poel. ‘Omdat wij nummer 1 stonden, gingen wij ervan uit dat wij van de BOSA verzekerd waren. We hebben daarom gelijk alles in gang gezet. Niet wetende dat er vijf maanden later geloot zou worden.’

De verbouwing is inmiddels afgerond. Daarmee ligt het probleem niet meer op de tekentafel, maar op de begroting van de vereniging. ‘Wij waren in de wetenschap dat wij de subsidie zouden krijgen en dat wij met de verbouwing konden starten. Het ging om een aanvraag van ongeveer 50.000 euro. Nu is de vraag: met zo’n hoog nummer krijgen wij die BOSA waarschijnlijk niet. Hoe moeten we dat dan betalen?’

Volgens Poel komt de rekening uiteindelijk terecht bij de leden. ‘Linksom of rechtsom moeten de leden dit betalen. Of het nu gaat om een investering in een hal of om een verbouwing: zonder BOSA draaien de leden ervoor op. Als wij in januari nummer 785 hadden gehad, dan hadden wij gewacht. Maar met nummer 1 was dit voor ons het startsein om te starten.’

 Van zekerheid naar onzekerheid
De situatie van TC Roomburg staat niet op zichzelf. Veel sportverenigingen zaten begin januari klaar om hun aanvraag zo snel mogelijk in te dienen. Voor clubs die een lage positie zagen verschijnen, voelde dat als een belangrijk signaal. Zij maakten afspraken met aannemers, leveranciers en leden. Besturen namen besluiten op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar was.

Juist dat steekt Poel. Een vereniging werkt met vrijwilligers, een ledenvergadering, begrotingen en lange voorbereidingstrajecten. Subsidie vormt bij investeringen vaak geen extraatje, maar een noodzakelijke schakel in de financiering.

Bij Roomburg komt de BOSA-tegenvaller boven op een tweede langdurig dossier: de plannen voor een ballonhal. De club werkt daar al drie jaar aan. Die hal moet in de winter extra baancapaciteit bieden. ‘Drie jaar geleden hebben wij een vergunning aangevraagd’, vertelt hij.

Daarna volgde een lange reeks onderzoeken: naar brandveiligheid, licht- en geluidsoverlast, duurzaamheid, ecologisch, etc. Allemaal noodzakelijk, maar ook allemaal op kosten van de vereniging.

Drie jaar verder, nog geen hal

Uiteindelijk kwam er groen licht van de gemeente. Maar daarna kwamen omwonenden in verzet vanwege aantasting van het aanzicht. Er volgde een procedure en een hoorzitting bij een onafhankelijke hoorcommissie. De bezwaren over licht, geluid en overlast passeerden daar opnieuw de revue, maar werden ongegrond verklaard.

Nu trachten de omwonenden hun gelijk bij de rechter te halen.

Vrijwilligers in een professionele procedurewereld
Poel kent de sportwereld door en door. Juist daarom houdt hij het dossier vol. Maar hij vraagt zich hardop af wat dit betekent voor andere vrijwillige bestuurders. ‘Als vrijwilliger en voorzitter van een tennisclub is dit zo frustrerend. Er wordt zo’n zwaar beroep gedaan op vrijwilligers in dit soort procedures. De overheid zou het bestuurders juist makkelijker moeten maken, maar dit is niet te doen. Het is dat ik in de materie zit, anders was ik allang afgehaakt.’

Duidelijkheid

Voor TC Roomburg komen twee werelden samen: een plotseling gewijzigde BOSA-volgorde en een vergunningstraject dat al jaren sleept. In beide gevallen botst de bestuurlijke werkelijkheid van een sportvereniging met procedures die veel tijd, kennis en geld vragen.

Poel ziet daarin een bredere opdracht. Verenigingen dragen bij aan sport, ontmoeting, gezondheid en gemeenschapszin. Maar die maatschappelijke waarde vraagt ook om betrouwbare randvoorwaarden. ‘Vrijwillige bestuurders willen vooruit. Maar dan moet je wel kunnen bouwen op duidelijkheid.’