Afgelopen vrijdag presenteerde de coalitie van D66, VVD en CDA het coalitieakkoord. Sport krijgt daarin een bescheiden plek, met aandacht voor preventie, bewegen in de leefomgeving en extra geld voor de BOSA-regeling in de komende vier jaar. Volgens Daniel Klijn biedt juist de context van een minderheidskabinet kansen, doordat ruimte ontstaat voor debat en invloed vanuit de Tweede Kamer op het sportbeleid. “Maar dan zullen we wel de mouwen moeten opstropen en de belangen van verenigingsbestuurders goed en stevig blijven behartigen, anders zal de invloed beperkt zijn,” zegt Klijn.
Mohammed Mohandis, woordvoerder sport namens GroenLinks/PvdA, ziet in het akkoord wel openingen, maar plaatst duidelijke kanttekeningen. Volgens hem is de toon beter dan bij het vorige kabinet, maar blijft de uitwerking achter. “Qua woordgebruik zie ik meer ruimte, maar het akkoord levert niet genoeg. Het is te weinig ambitieus.”
Reactie coalitiepartijen
Volgens Renilde Huizinga, woordvoerder sport namens D66, biedt het akkoord concrete aanknopingspunten voor sportverenigingen. “Er gaat extra geld naar de BOSA, dat is goed voor sportverenigingen,” zegt zij. “We zetten in op de gezondste generatie ooit. Preventie en sport en bewegen in de leefomgeving spelen daarin een belangrijke rol, voor mensen met en zonder beperking.”
De coalitie kondigt de komst aan van een nieuw Gemeenschapsfonds, waarvoor de komende vier jaar jaarlijks 50 miljoen euro beschikbaar komt. In totaal gaat het om 200 miljoen euro. Het fonds moet nog worden opgezet en vormt een nieuw instrument binnen het beleid.
Volgens Inge van Dijk, woordvoerder sport namens het CDA, biedt dit fonds ook kansen voor sportverenigingen. “Met het Gemeenschapsfonds versterken we de sociale cohesie in wijken en dorpen,” zegt zij. “Het fonds fungeert als smeermiddel.” Van Dijk benadrukt dat verenigingsgebouwen en sportaccommodaties een belangrijke rol spelen als ontmoetingsplek in de buurt.
Van Dijk noemt het positief dat verenigingen expliciet aandacht krijgen in het coalitieakkoord. “Ik ben heel blij met de alinea over de WBTR, regeldruk en evenementen. Het is goed dat er eindelijk concrete punten over verenigingen in het akkoord staan. Dat zagen we eerder niet.” Ook de RVVB bracht dit de afgelopen jaren consequent onder de aandacht bij de politiek en is blij met het behaalde resultaat nu.
In het akkoord staat dat de coalitie beter onderscheid wil maken tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, de aansprakelijkheid van vrijwilligers wil beperken en de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) wil aanpassen. Ook volgen afspraken met banken en gemeenten om praktische belemmeringen te verminderen. Van Dijk noemt dit belangrijke stappen voor het verenigingsleven.
Oppositie kritisch
Mohandis wijst op de brede consensus dat sportaccommodaties verouderd zijn. Gemeenten dragen daarvoor verantwoordelijkheid, terwijl tegelijkertijd wordt gekort op het gemeentefonds. “Dan spreek je wel ambities uit, maar vraag je om meer dan gemeenten kunnen dragen.” Vooral voor jongeren vindt hij dat zorgelijk. “Meer jongeren in beweging krijgen is cruciaal. We zien nu al een tweedeling. Zwemlessen raken voor veel gezinnen onbetaalbaar. Of je kopje onder gaat of boven blijft, mag niet afhangen van je inkomen.”
Ook bij het aangekondigde Gemeenschapsfonds plaatst Mohandis vraagtekens. Volgens hem blijft onduidelijk waar het geld vandaan komt, zeker in aanloop naar het zogenoemde ravijnjaar voor gemeenten. “Als dat fonds wordt gevuld terwijl tegelijk wordt gekort op het gemeentefonds, dan schuif je met potjes. Sport is het cement van de samenleving. Op het sportveld ontmoeten jong en oud, arm en rijk en mensen met verschillende achtergronden elkaar. Dat is maatschappelijk kapitaal.”
Voor Mohandis ligt de sleutel bij gerichte keuzes. Hij pleit voor een sterkere inzet op de BOSA-regeling, gekoppeld aan verduurzaming en de klimaatopgave. “Sportaccommodaties zijn ook gezondheidskapitaal. Dat levert iets op.” Volgens hem ontbreken in het akkoord concrete plannen om bewegen structureel te versterken. “Ik had op dit punt meer verwacht van CDA en D66.” Hij verwijst daarbij naar eerdere brede consensus in de Tweede Kamer over de richting die nodig is. “Die afspraken liggen er. Dan moeten we ze ook uitvoeren.”
Tijdens eerdere debatten, onder meer over jeugdzorg, zag Mohandis hoe sport jongeren ook mentaal kan ondersteunen. Dat onderstreept voor hem het belang van stevige keuzes in sportbeleid.
Ook vanuit andere oppositiepartijen klinkt kritiek. Mirjam Bikker vraagt zich af hoe de ambitie om jongeren meer te laten bewegen overeind blijft met een kleiner gemeentefonds. Volgens haar wringt daar de uitvoerbaarheid.
Kansen voor sport en bewegen
Het akkoord komt tot stand in de context van een minderheidskabinet. Dat vergroot de ruimte voor debat en aanpassing in de Tweede Kamer en biedt kansen voor de oppositie om invloed uit te oefenen op de verdere uitwerking van beleid, ook op het terrein van sport en verenigingen.
Volgens Daniel Klijn van de RVVB maakt juist dat de komende jaren extra interessant. “De afgelopen jaren stemde een overgrote meerderheid voor een nieuwe aanpak voor sportverenigingen en betere ondersteuningsmogelijkheden. Er liggen veel plannen die direct uitvoerbaar zijn.” Klijn benadrukt het belang van actieve belangenbehartiging. “Een goede lobby en een sterke stem richting politiek en beleid blijven de komende jaren cruciaal.”

