Bij rugby denken veel mensen direct aan saamhorigheid, respect en teamspirit op het veld. Bij Rugby Club Haarlem krijgt die mentaliteit ook buiten de lijnen vorm. Op een sportpark in Haarlem-Noord staat sinds 2019 een clubhuis dat volledig uit gezamenlijke inzet van leden, vrijwilligers en partners voortkwam. Het gebouw groeide in de jaren daarna uit tot een van de meest duurzame sportaccommodaties in de regio.
Een van de drijvende krachten achter het project: René Verbruggen. Hij geldt al jaren als sleutelfiguur binnen de vereniging en ontving afgelopen februari het erelidmaatschap van RFC Haarlem. “Met het in de zomer van 2025 verkregen label A++++, claimen wij de meest duurzame rugby accommodatie van het noordelijk halfrond te hebben, totdat het tegendeel wordt bewezen”, zegt Verbruggen.
Van bouwkeet naar ambitie
RFC Haarlem bestaat al sinds 1980 maar had in 2006 nog maar zestig leden. In de beginjaren fungeerde een oude bouwkeet als clubhuis. “Die bouwkeet hebben we destijds zelf opgeknapt en in elkaar gezet,” vertelt René Verbruggen. “Voor de eerste jaren voldeed dat prima.” De vereniging begon vanaf 2006 weer snel te groeien. Rond 2013 telde RFC Haarlem weer ongeveer 250 leden en de oude keet voldeed niet langer. “De club kreeg hernieuwde ambities. We wilden sportief twee divisies omhoog en tegelijkertijd een nieuwe accommodatie realiseren. Alleen lag er geen geld klaar. Daarom zochten we contact met de gemeente, met leden en met ouders van jeugdleden.” In 2014 volgde de eerste bouwvergadering. Architect Diederik Dam van Dam & Partners Architecten, vader van een jeugdlid, maakte de eerste schetsen voor een nieuw clubgebouw.
Een kerngroep met expertise
Voor de voorbereiding ontstond een kerngroep van acht leden met uiteenlopende expertise. Alles wat nog onduidelijk bleef, kreeg grondig onderzoek. “Zes jaar voorbereiding ging eraan vooraf,” zegt Verbruggen. “Fondsenwerving, gesprekken met partners en een breed netwerk inzetten. Zo’n traject vraagt geduld.” Vanaf het begin leefde de wens om verder te kijken dan alleen een nieuw clubgebouw. De vereniging dacht ook aan een regionale rol voor rugby en aan maatschappelijke activiteiten.
Een clubhuis van de leden
Het nieuwe complex kreeg een bijzondere opzet. De gemeente verzorgde velden en kleedkamers. Boven die kleedkamers kwam het clubhuis van de vereniging. Het eigendom verdeelt zich voor zestig procent bij RFC Haarlem en veertig procent bij de gemeente. De totale investering bedroeg ongeveer 1,5 miljoen euro, waarvan de vereniging zelf 750.000 euro bijeenbracht. Die financiering ontstond via tientallen acties binnen de club. “Elk team kreeg een challenge om geld in te zamelen,” vertelt Verbruggen. “Ruim 450 leden en vrijwilligers droegen bij. Van cupcakes bakken tot loterijen, van sponsoren zoeken tot acties als ‘Waar schijt de koe?’ en Donald Ducks langs de deuren verkopen.” In totaal leverden zo’n zeventig acties het benodigde bedrag op.“Toen het gebouw klaar stond voelde het ook echt als óns clubhuis. Iedereen had er iets aan bijgedragen.”
Duurzaam bouwen voor de lange termijn
Tijdens het ontwerp kreeg duurzaamheid veel aandacht. De buiten- en binnenkant bestaan grotendeels uit bamboe, een materiaal dat sterk, onderhoudsarm en duurzaam geldt. “Als je zo’n gebouw neerzet, moet het lang meegaan,” zegt Verbruggen. “Wij mikken op vijftig tot honderd jaar.” Het gebouw kreeg daarnaast hoge isolatiewaarden en energiezuinige installaties. De architectuur trok ook aandacht buiten de rugbywereld: het ontwerp won de Architectuurprijs Haarlem. De betrokkenheid van leden bleef groot. Veel vrijwilligers verrichtten zelf werkzaamheden in de afbouw van het clubhuis. “Een van de mensen uit de werkgroep woonde vlakbij en stond elke dag op de bouwplaats. Dat soort betrokkenheid is goud waard.”
Slim gebruik van subsidies en fondsen
Een belangrijk deel van de investeringen kwam uit eigen middelen van de vereniging, maar RFC Haarlem ontwikkelde ook veel ervaring met externe financiering. Volgens Verbruggen vraagt verduurzaming om creativiteit, doorzettingsvermogen en een goed netwerk. Naast eigen middelen maakte de vereniging gebruik van verschillende subsidieregelingen en fondsen. Zo ontstond steun vanuit de gemeente Haarlem, onder andere via samenwerking rond het captatienet en een duurzaamheidssubsidie in 2025. Ook provinciale subsidies uit 2021 en 2024 droegen bij aan de plannen, net als meerdere bijdragen uit landelijke regelingen zoals de BOSA-regeling en ondersteuning via RVO. Daarnaast kwamen middelen vanuit maatschappelijke fondsen en sponsorprogramma’s, waaronder VriendenLoterij Club van de Week, Rabobank ClubSupport, en het Schipholfonds. Volgens Verbruggen vormt juist die combinatie van financieringsbronnen vaak de sleutel tot realisatie van grote duurzaamheidsprojecten bij sportverenigingen.
Van duurzaam naar energieneutraal
Na de opening in 2019 bleef de vereniging investeren in verduurzaming. Tijdens de energiecrisis van 2022 onderzocht de club het volledige energiegebruik van de accommodatie. Het doel: energieneutraal functioneren en het gasverbruik naar nul terugbrengen. Daarvoor kwam een systeem met verticale bodemwarmtewisselaars. Vier putten van ongeveer 160 meter diep slaan in de zomer warmte op in de bodem. In de winter komt die warmte weer omhoog voor verwarming van het clubhuis en warm water voor de douches. Daarnaast kwamen extra zonnepanelen, zonnecollectoren, buffervaten, warmtepompen en ventilatieconvectoren. “We oogsten warmte in de zomer en gebruiken die in de winter,” zegt Verbruggen. “Binnen één dag zaten de putten in de grond.” Het aantal zonnepanelen groeide uiteindelijk tot ongeveer 130. De club installeerde daarnaast een batterij om opgewekte energie op te slaan. Dat past goed bij het gebruik van de accommodatie. “Onze sport vindt vooral in de winter plaats en trainingen starten ’s avonds. Dankzij de batterij benutten we energie die overdag op het dak ontstaat.” Inmiddels draait het complex volledig zonder gas.
Nominatie Sportaccommodatie van het Jaar
De duurzame aanpak van RFC Haarlem krijgt inmiddels ook landelijke erkenning. Het clubcomplex staat op de Top 25-lijst van de verkiezing Sportaccommodatie van het Jaar 2026. Uit 54 inzendingen selecteerde de pre-jury sportaccommodaties die uitblinken in thema’s als duurzame energie, materiaalgebruik, biodiversiteit, klimaatadaptatie, multifunctionaliteit en communicatie. In maart 2026 kiest een vakjury vijf accommodaties die doorgaan naar de finale.
Nieuwe energie in de vereniging
De nieuwe accommodatie gaf RFC Haarlem meer ruimte voor maatschappelijke activiteiten. De club organiseert scholentoernooien, vakantiesportkampen en jeugdtoernooien. Ook werkt de vereniging mee aan projecten rond talentontwikkeling en armoedebestrijding. Tijdens grote rugbytoernooien vormt het clubhuis bovendien een ontmoetingsplek voor de Zuid-Afrikaanse gemeenschap in Nederland. Sportief presteren de teams eveneens sterk. De heren spelen in de hoogste klasse van Nederland en de jeugd behaalt regelmatig nationale successen. Volgens het erelid versterkt de accommodatie die ontwikkeling. “Een goede accommodatie trekt spelers, coaches en vrijwilligers aan. Maar vooral ontstaat er trots. Iedereen voelt: dit is ons clubhuis.”
Lessen voor andere verenigingen
RFC Haarlem deelt zijn ervaringen graag met andere sportclubs. Meerdere verenigingen kwamen al langs om kennis op te doen over techniek, subsidieaanvragen en organisatie. Volgens Verbruggen zijn een paar lessen cruciaal. “Organiseer een werkgroep los van het bestuur. Bestuurders richten zich op de waan van de dag, terwijl een projectgroep zich volledig op accommodatie en duurzaamheid kan focussen.” Daarnaast vraagt een dergelijk traject tijd en continuïteit. “Denk in lange termijn. Gebruik je netwerk en zoek samenwerking met gemeente, sponsoren en specialisten. En accepteer dat niet alles in één keer lukt.” De kern van het succes ligt volgens hem vooral in de cultuur van de vereniging. “Op het veld spelen we fanatiek. Maar als het om duurzaamheid gaat delen we kennis met iedereen. Hoe meer verenigingen vooruitgaan, hoe beter.”

