Vrijwilligers vinden, verduurzamen, omgaan met wisselend beleid en intussen de club draaiend houden – dat is voor veel verenigingen een dagelijkse realiteit. Het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB) deed onlangs een uitvraag bij een grote groep sportbestuurders en daarop kwam veel respons. De reacties geven een helder beeld van wat ons als bestuurders bezighoudt.
Plannen en wetsvoorstellen uit Den Haag, zoals de overgang van de BOSA naar de DUMAVA-regeling of het idee van een nationale Sport- en Beweegwet, krijgen pas echt betekenis binnen de clubs, in de bestuurskamer en langs het veld. De antwoorden laten zien hoe landelijk beleid en gemeentelijke besluiten doorwerken in de praktijk – en waar de kloof tussen papieren regel en dagelijkse realiteit groot kan zijn.
Vrijwilligers als fundament
Vrijwilligers vormen de ruggengraat van onze clubs, maar het tekort groeit. De groep actieve vrijwilligers vergrijst en het vinden van mensen die bestuursverantwoordelijkheid willen nemen is steeds lastiger.
Han van Hattem, penningmeester van een voetbalclub, verwoordt het zo:
“Mijn bijdrage leveren aan de lokale samenleving vind ik belangrijk. Vroeger profiteerde ik als speler zelf van het werk van toenmalige vrijwilligers. Nu is het mijn beurt om iets terug te doen.”
De inzet is groot, maar de druk op de bestaande groep neemt toe. Dat komt niet alleen door het tekort aan handen, maar ook door de hoeveelheid regels en verplichtingen waar de bestuurders mee te maken krijgen.
Regeldruk en procedures
Regels rond subsidies, vergunningen, veiligheid en privacy kosten veel tijd. Vooral de aanvraagprocedures van BOSA en DUMAVA vragen veel van vrijwilligers. Een collega-bestuurder noemt de veelheid aan subsidiepotjes “overweldigend en onoverzichtelijk”.
De samenwerking met gemeenten verschilt sterk. Sommige verenigingen krijgen structurele steun en hebben korte lijnen, terwijl anderen lang wachten op antwoorden of geen prioriteit krijgen binnen de gemeente.
Subsidies als motor én drempel
BOSA- en DUMAVA-subsidies maken veel verduurzamingsprojecten mogelijk, maar de praktijk is soms weerbarstig. We zien prachtige resultaten: zonnepanelen op het dak, volledige LED-verlichting op velden en in clubgebouwen, isolatieprojecten en plannen om gasloos te worden. Tegelijkertijd lopen aanvragen vast op volle potjes, timing of omslachtige procedures.
Adry Holleman, bestuurslid van een tennis- en padelclub:
“De BOSA-regeling gebruiken wij volop. In 2025 plannen we flinke investeringen, maar die zijn alleen haalbaar als BOSA ook in 2026 blijft bestaan. DUMAVA is veel beperkter; het geldt alleen voor duurzaamheid en je moet vooraf aanvragen. Dat maakt het lastiger om plannen uit te voeren.”
Wisselend beleid geeft onzekerheid
Wijzigingen in landelijke regelingen of gemeentelijke prioriteiten zorgen voor onrust. Het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen wordt genoemd als voorbeeld van beleid dat investeringen minder rendabel maakt.
Bert Zwanenburg, voorzitter: “De overgang van BOSA naar DUMAVA is heel groot. Een mooi voorbeeld van hoe de politiek regels verandert zonder na te denken over de impact voor vrijwillige bestuurders.”
Ook op lokaal niveau zijn de verschillen groot. Waar de ene gemeente sportcomplexen ruimhartig ondersteunt, blijft steun elders beperkt. Voor clubs met een eigen accommodatie betekent dat soms het verschil tussen wel of niet kunnen investeren.
Boodschap aan beleidsmakers en bedrijven
De oproep uit de reacties is duidelijk: erken de maatschappelijke waarde van sport, steun verenigingen structureel en maak beleid eenvoudiger.
Bas Peeten, bestuurslid:
“Denk met ons mee in het belang van de club. Sportverenigingen draaien op vrijwilligers en zijn onmisbaar in onze samenleving. Stimuleer clubs en zorg samen dat het geld in de club blijft, in plaats van op te gaan aan verplichte regels.”
Andere reacties vatten het kort samen: “Hou het simpel” en “Consistent beleid”.
Toekomst: optimisme met voorwaarden
De meeste bestuurders kijken positief naar de toekomst van hun club. Groei in ledenaantallen, nieuwe faciliteiten en sterke gemeenschapsbanden geven vertrouwen. Tegelijkertijd klinkt er een waarschuwing: zonder voldoende vrijwilligers en met aanhoudende regeldruk komt die toekomst onder druk te staan.
Over een nationale Sport- en Beweegwet lopen de meningen uiteen. Sommigen zien kansen voor betere ondersteuning en gezondheidswinst, anderen vrezen extra regels en veel verenigingen is is deze mogelijke wet nog onbekend.
Conclusie
De reacties van collega-bestuurders laten zien dat beleidsplannen pas werken als ze aansluiten bij de realiteit van vrijwilligersbestuurders. Minder regeldruk, stabiel subsidiebeleid en structurele waardering voor de maatschappelijke rol van sportverenigingen vormen volgens deze uitvraag de sleutel tot een sterke toekomst.