Skip links

Edith Schippers: ‘Als sport van iedereen is, dreigt het ook van niemand te zijn.’

Oud-minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Edith Schippers ziet sportverenigingen als veel meer dan plekken waar mensen trainen en wedstrijden spelen. Naar aanleiding van het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen spreekt zij over gezondheid, polarisatie, vrijwilligerswerk en de rol van verenigingen als sociale infrastructuur. “Je moet ongelooflijk zuinig zijn op verenigingen en vrijwilligers die die verenigingen draaiende houden.” Edith Schippers werkt graag mee aan dit interview vanuit een duidelijke persoonlijke motivatie. “Ik heb een warm hart voor vrijwilligers”, zegt ze. “En ik weet dat ze ongelooflijk van groot belang zijn.” Schippers kent de sport vanuit haar periode als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tegenwoordig is zij CEO van Mosadex. Vanuit die combinatie van politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ervaring kijkt zij naar het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen. In dat onderzoek brachten bijna honderd sportverenigingen gedurende een jaar in kaart welke maatschappelijke waarde zij leveren. Volgens Schippers komt dat onderzoek op een belangrijk moment. Juist nu, in een tijd van polarisatie, eenzaamheid en individualisering, verdient de sportvereniging veel meer aandacht. “Dit is door de jaren heen, en nu nog meer dan ooit, van onschatbare waarde. Je moet ongelooflijk zuinig zijn op verenigingen en vrijwilligers die die verenigingen draaiende houden.”

Uit de eigen bubbel

Schippers begint bij de directe waarde van sport. Sporten is gezond, lichamelijk én geestelijk. Voor kinderen ziet zij bovendien een belangrijke pedagogische waarde. “Het is ontzettend belangrijk in de opvoeding dat kinderen leren sporten”, zegt ze. “Om onder druk te presteren. Maar ook om in teamverband samen te werken en samen te winnen en verliezen.” Maar de waarde van de sportvereniging gaat volgens haar verder dan bewegen alleen. Juist de ontmoeting maakt verenigingen bijzonder. Op een sportclub komen kinderen en volwassenen mensen tegen buiten hun eigen kring. “We zijn steeds meer opgesloten in onze eigen bubbel”, zegt Schippers. “Als ik kijk naar ons dorp en ik kijk naar de tennisvereniging, de voetbal en de hockey, dan loopt dat allemaal door elkaar heen. Waar dat in andere delen van de samenleving niet meer zo is.” Daar zit volgens haar een grote maatschappelijke kracht. Mensen die elkaar leren kennen, kijken anders naar elkaar. “Als je een paar leden kent, dan vallen heel veel vooroordelen weg.”

Cement in de samenleving

De oud-minister ziet verenigingen als plekken waar mensen samen verantwoordelijkheid dragen, afspraken maken, elkaar ontmoeten en verschillen overbruggen. “Ik heb het vaker gezegd, maar verenigingen zijn het cement in onze samenleving.” Die uitspraak raakt aan de kern van het Landelijk Impactonderzoek. Verenigingen leveren niet alleen sportaanbod, maar ook sociale samenhang, vrijwilligerswerk en betrokkenheid. Veel daarvan blijft vaak onzichtbaar, juist omdat het zo vanzelfsprekend is. Volgens Schippers maakt het onderzoek die waarde concreet. “Iedereen zegt altijd dat het heel belangrijk is. Maar je moet het ook zichtbaar maken wat sportverenigingen daadwerkelijk betekenen. En dan maak je ook zichtbaar wat het betekent als het langzaam weggaat.” Juist in dat laatste schuilt volgens haar het risico. Wat langzaam verdwijnt, komt niet vanzelf terug. “Je krijgt het niet zomaar meer terug. Je moet het echt koesteren. Je moet er zuinig op zijn.” .

Niet alleen een zaak van sportbeleid

Het impactonderzoek kan volgens Schippers helpen om de waarde van verenigingen scherper zichtbaar te maken. Niet alleen richting sportwethouders, maar juist ook richting andere wethouders en beleidsterreinen. Sportverenigingen raken volgens haar aan veel meer dan sport alleen. Ze krijgen te maken met verduurzamingseisen, ruimtelijke ordening en veiligheid rond sportaccommodaties. Ook thema’s als jeugd, preventie, en gezondheid lopen via de club. “Het is niet alleen een zaak van de wethouder sport”, zegt Schippers. “Dit is veel breder.” Die bredere blik is volgens haar noodzakelijk. Een vereniging functioneert niet los van haar omgeving. Wie ’s avonds wil sporten, moet veilig van en naar de sportaccommodatie kunnen. Wie wil verduurzamen, krijgt ook met andere beleidsterreinen te maken. Voor verenigingsbestuurders ligt daar volgens haar een duidelijke opdracht: laat niet alleen zien dát sport belangrijk is, maar maak concreet op welke beleidsterreinen de vereniging waarde toevoegt en waar ondersteuning nodig is.

Sport is ook educatie en sociale samenhang

Die brede maatschappelijke waarde roept ook de vraag op welke plek sport binnen de VWS-begroting inneemt. Sport vormt maar een klein deel van die begroting, terwijl de opbrengst volgens het impactonderzoek veel breder ligt. “Veel geld voor sport loopt niet via het Rijk, maar via gemeenten en private bijdragen”, zegt de oud-minister. Tegelijk ziet zij dat sport zich sterker moet profileren door de brede waarde beter zichtbaar te maken. “Je kunt sport te makkelijk vernauwen tot één beleidsonderdeel”, zegt ze. “Maar je moet juist de breedte en het belang van sport laten zien.” Daarbij gaat het volgens haar niet alleen om gezondheid. “Sport is niet alleen maar gezondheid. Sport is ook educatie. Het is ook het tegengaan van polarisatie, doordat je elkaar gewoon leert kennen en nieuwe vriendschappen opdoet.” Juist die brede betekenis maakt het volgens Schippers belangrijk om sport niet weg te zetten als een kleine sector met een beperkte begrotingspost. Sportverenigingen raken tevens aan preventie, jeugd, welzijn, leefbaarheid en sociale cohesie. Juist omdat sport aan zoveel beleidsterreinen raakt, is duidelijke regie nodig. Anders dreigt de verantwoordelijkheid te versnipperen. “Als sport van iedereen is, dreigt het ook van niemand te zijn.”

Algemene oproepen landen nergens

Voor het RVVB en verenigingsbestuurders is vooral haar bestuurlijke advies relevant. Een algemene oproep om meer geld of meer aandacht is volgens Schippers niet genoeg. “Als je een algemene oproep doet dat er meer geld naartoe moet, dan landt het nergens”, zegt ze. “En dat is ook logisch, want die oproep klinkt op heel veel plekken.” Volgens haar moeten verenigingen, belangenorganisaties en bestuurders veel specifieker aangeven waar het knelt. Dat kan gaan om verduurzaming, accommodatiekosten, ruimtegebrek, vrijwilligers, jeugd of ondersteuning vanuit de gemeente. “Je zou toch veel specifieker moeten kijken: waar raakt dat nu in de knel? Waar zie je dat het minder gaat?” Dat kan lokaal sterk verschillen, benadrukt ze. In de ene gemeente gaat het misschien om ruimtegebrek, in de andere om vergrijzing van het vrijwilligersbestand of stijgende kosten. Juist daarom kan het impactonderzoek volgens Schippers helpen om het gesprek met overheden concreter te voeren: waar leveren verenigingen waarde, waar staat die waarde onder druk en welke steun is nodig?

Jongeren betrekken bij vrijwilligerswerk

Ook de toekomst van het vrijwilligerswerk vraagt volgens Schippers aandacht. Veel verenigingen steunen op een trouwe groep vrijwilligers, maar clubs moeten blijven kijken hoe zij jongeren kunnen interesseren en betrekken. Voor Schippers raakt die vraag direct aan de toekomst van het verenigingsleven. Volgens Schippers ligt er nu een goed moment om met minister Mirjam Sterk in gesprek te gaan over de positie van het verenigingsleven, ook voor de langere termijn. “Mirjam Sterk heeft zeker een warm hart voor het verenigingsleven, en vrijwilligers, absoluut.” Daarom is haar boodschap helder: koester de vereniging voordat de waarde verdwijnt. Volgens Schippers moeten overheden en verenigingen “continu de vinger aan de pols houden” en blijven kijken waar het niet goed gaat en waar ondersteuning nodig is.