Skip links

Sportverenigingen in Elst: maatschappelijke waarde kan alleen blijven bestaan als clubs vitaal blijven

Sportverenigingen leveren veel meer dan alleen trainingen en wedstrijden. Maar wie die maatschappelijke kracht wil benutten, moet ook zorgen dat verenigingen zelf vitaal blijven en vrijwilligers niet overvraagd raken. Die boodschap stond centraal tijdens het werkbezoek van minister Mirjam Sterk en Kamerlid Mohammed Mohandis aan Elst. De buitensportverenigingen legden daar hun gezamenlijke visie op tafel.

Minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport bezocht Elst samen met Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis. Sterk is sinds februari minister en heeft sport en bewegen in haar portefeuille; Mohandis is in de Tweede Kamer woordvoerder Sport voor PRO.

Tijdens het bezoek presenteerde bestuurslid Lisanne Koster het verhaal van de buitensportverenigingen in Elst. Dat verhaal begon al in 2023. Vier verenigingen zochten elkaar op omdat zij ieder tegen ruimtelijke en accommodatievraagstukken aanliepen. Gaandeweg ontstond een bredere vraag: hoe zorg je ervoor dat de buitensport in een groeiende plaats als Elst ook op langere termijn toekomstbestendig blijft?

Volgens Koster ontbrak juist op dat punt een duidelijke langetermijnstrategie. Terwijl Elst groeit en nieuwe woningen en inwoners voor extra druk op de sportvoorzieningen zorgen, ervaren bestuurders dat ondersteuning vooral beschikbaar is voor relatief kleine verenigingsvraagstukken. De ingewikkelde dossiers rond accommodaties, investeringen, ruimtelijke ontwikkeling en verplaatsing vragen volgens haar om een ander niveau van ondersteuning.

Maatschappelijke waarde én vitaliteit

De verenigingen besloten hun gezamenlijke visie niet alleen ruimtelijk, maar ook maatschappelijk te onderbouwen. Drie van de vier clubs deden mee aan onderzoek naar maatschappelijke impact en vitaliteit, ondersteund door RVVB, Social Handprint en DataIM.

Uit die analyse komt voor de drie verenigingen gezamenlijk een maatschappelijke waarde van 3,5 miljoen euro per jaar. Zij organiseren daarnaast jaarlijks meer dan 400.000 uur aan reguliere sportactiviteiten en draaien op een grote inzet van vrijwilligers.

Maar juist de combinatie met vitaliteit was voor Koster essentieel. Wie als sportvereniging een grotere rol in de sociale basis claimt, moet volgens haar ook kunnen laten zien dat de organisatie die rol aankan. ‘Als wij zeggen dat we een onmisbare partner in de sociale basis zijn, dan moeten we die positie ook waar kunnen maken’, legt Koster uit. Uit het onderzoek komt volgens haar naar voren dat de deelnemende verenigingen maatschappelijk actief én vitaal zijn.

Daar zit tegelijkertijd de kwetsbaarheid. De presentatie laat zien dat vitale verenigingen over het algemeen een bredere maatschappelijke impact leveren, maar ook dat de organisatorische grens in beeld komt. Onzekerheid over accommodaties, subsidies en toekomstplannen vraagt steeds opnieuw tijd en energie van vrijwillige bestuurders.

Koster noemt die voortdurende onzekerheid ‘killing voor bestuurders’. Niet weten waar een vereniging over enkele jaren staat, geen perspectief krijgen en tegelijkertijd zelf ingewikkelde processen moeten trekken, zet volgens haar de vrijwillige organisatie onder druk.

Vrijwilliger kan geen projectleider zijn

Han Beekwilder, voorzitter van hockeyclub HCOB, herkent dat beeld. Verenigingen beschikken volgens hem vaak over veel kennis. Onder de leden zitten ondernemers, bouwkundigen en andere deskundigen die best willen meedenken. Maar het blijven vrijwilligers.

Juist bij grote accommodatie- en ruimtelijke projecten ligt volgens Beekwilder een duidelijke grens. Verenigingsbestuurders kunnen vanuit hun kennis en ervaring meedenken, maar kunnen niet ook de verantwoordelijkheid voor zo’n traject op zich nemen. ‘Je kunt mensen vragen om een uurtje mee te denken. Maar een project ontwikkelen, dat gaan we natuurlijk niet doen. Dat is ons werk ook niet.’ Daarom ziet hij een rol voor een professionele projectleider vanuit de gemeente, die het proces trekt en de vrijwilligers gericht betrekt.

Dat raakt direct aan de boodschap uit de presentatie. De verenigingen vragen niet simpelweg om meer geld. Zij willen passende ondersteuning bij vraagstukken die de mogelijkheden van vrijwillige bestuurders overstijgen.

Meer dan een plek om te sporten

De impactanalyse veranderde ook Beekwilders blik op zijn eigen vereniging. Toen hij twee jaar geleden voorzitter werd, keek hij in eerste instantie vooral naar de hockeyclub als plek waar mensen komen hockeyen. ‘Maar er gebeurt echt veel meer’, zegt hij. Ook scholen en andere groepen maken gebruik van de vereniging en het sportpark. ‘Je betekent meer dan alleen je eigen clubje. Dat vind ik het leuke aan dit soort projecten.’

Precies daarin zit volgens Koster een kans voor overheden. Sportverenigingen dragen al bij aan thema’s als gezondheid, ontmoeting, sociale cohesie en het tegengaan van eenzaamheid. Maar in plaats van vanuit het gemeentehuis te bedenken wat een club daarvoor nodig heeft, zou de overheid volgens haar veel vaker eerst de vraag moeten stellen: wat hebben jullie nodig?

Koster illustreerde dat tijdens haar presentatie met een klein maar veelzeggend voorbeeld. Vanuit lokaal beleid kreeg een grote sportvereniging enkele flesjes zonnebrandcrème aangeboden vanwege de risico’s van sporten bij hitte. Alleen beschikte de club al over een voor iedereen toegankelijke zonnebrandpaal.

Het voorbeeld staat voor haar symbool voor een breder probleem: goede bedoelingen leiden niet automatisch tot ondersteuning waar een vereniging daadwerkelijk iets aan heeft. ‘Stel ons gewoon de vraag’, is haar oproep.

‘Neem ons serieus’

Daarmee komt Koster tot de kern van de boodschap die zij aan Sterk, Mohandis en het lokale bestuur wilde meegeven: neem sportverenigingen serieus als uitvoerende maatschappelijke partners.

‘Meer dan 400.000 uur aan sport organiseren we per jaar. Je krijgt ontzettend veel uitvoeringskracht. Neem ons nou eens serieus.’

Daarvoor is volgens haar samenwerking tussen drie niveaus nodig: verenigingsbesturen, lokaal bestuur en landelijk bestuur. Verenigingen kunnen hun eigen sport organiseren en veel maatschappelijke activiteiten uitvoeren, maar zij kunnen zichzelf geen ruimtelijk perspectief geven. Gemeenten beschikken op hun beurt niet altijd over de middelen of mogelijkheden om grote accommodatievraagstukken zelfstandig op te lossen.

‘Deze opgaven vragen om een samenspel tussen verenigingsbestuur, lokaal bestuur en landelijk bestuur’, aldus Koster. ‘Die drie heb je echt nodig om uitvoering te kunnen geven aan wat we vertellen.’

Van onderzoek naar uitvoering

Daar zit inmiddels ook enige ongeduld. De gezamenlijke visie ontstond in 2024, werd vervolgens bij de wethouder neergelegd en daarna volgden verschillende onderzoeken naar maatschappelijke impact, vitaliteit en capaciteit. Volgens Koster bevestigen die onderzoeken in belangrijke mate de problemen die de verenigingen zelf al signaleerden. 

‘We zijn drie jaar verder’, zegt ze. ‘En dan?’ De volgende stap moet volgens haar niet opnieuw een onderzoek zijn, maar uitvoering en perspectief. 

Beekwilder ziet voorzichtig beweging. De nieuwe wethouder woonde het werkbezoek bij en gaf volgens hem aan verder met de verenigingen te willen praten. Beekwilder heeft inmiddels een vervolgafspraak staan. Hij beschouwt dat als een positieve handreiking, al voelt het voor verenigingsbestuurders tegelijkertijd alsof een deel van het verhaal opnieuw verteld moet worden. 

Ook van het bezoek van Sterk verwacht hij niet dat onmiddellijk alle problemen verdwijnen. Voor hem zit de betekenis vooral in het beeld dat richting Den Haag is meegegeven.

‘Vanuit de vrijwilligers doe je eigenlijk meer dan alleen mensen aan het sporten krijgen. Je doet ook op andere sociale vlakken wat’, zegt Beekwilder. ‘Het is een soort mindset die je aan die kant wilt meegeven. Volgens mij is dat wel overgekomen.’ 

Daarmee bracht het bezoek in Elst twee kanten van hetzelfde verhaal samen: sportverenigingen creëren maatschappelijke waarde, maar die waarde is niet vanzelfsprekend. Om die kracht te behouden, moeten ook de vereniging, de accommodatie en de mensen die de club draaiende houden vitaal blijven.