Skip links

De vlag is het slotstuk, niet het begin’

Stichting Pride and Sports bestaat bijna tien jaar en werkt sportoverstijgend aan een omgeving waarin iedereen zich welkom en veilig kan voelen. Voorzitter Jan Pieter de Lugt en secretaris Niels Wolf zien inclusie niet als een afzonderlijk project, maar als een bestuurlijke keuze die verenigingen sterker kan maken. Hun belangrijkste advies aan sportbestuurders: bepaal eerst wat voor club je wilt zijn.

‘Ik heb liever geen vlag dan een vlag die helemaal niets betekent,’ zegt Jan Pieter de Lugt, voorzitter van Stichting Pride and Sports. ‘De regenboogvlag is voor mij het slotstuk van een proces dat misschien wel vijf jaar kan duren.’

Daarmee raakt De Lugt direct aan een valkuil die hij bij sportorganisaties ziet. Een zichtbare actie is snel georganiseerd. Een vlag kan worden opgehangen, een bericht op sociale media geplaatst en een Pride-activiteit ingepland. Maar wanneer er binnen de vereniging niets verandert aan beleid, omgangsvormen en de begeleiding van leden, blijft het vooral symboliek.

Werkelijke inclusie begint volgens Pride and Sports met een besluit van het bestuur. Niet met de vraag welke actie de club tijdens Pride kan organiseren, maar met de fundamentelere vraag welke vereniging zij wil zijn.

De zuurstof van een vereniging

Pride and Sports ontstond bijna tien jaar geleden vanuit de lhbtiq+-sportgemeenschap. Inmiddels werkt de stichting over de grenzen van afzonderlijke sporten heen. Zij brengt sporters en organisaties bij elkaar, organiseert activiteiten, deelt kennis en probeert reguliere sportverenigingen te inspireren.

Inclusie moet daarbij niet worden gezien als iets wat naast het gewone verenigingsbeleid komt te staan.

‘Inclusie is geen moetje,’ zegt secretaris Niels Wolf. ‘Het is eigenlijk de zuurstof voor je club. Ook als je als vereniging wilt groeien.’

Volgens Wolf zijn succesvolle verenigingen vaak clubs die laagdrempelig zijn en waar verschillende mensen zich thuis kunnen voelen. Wie tijdens het sporten steeds het gevoel krijgt zich te moeten verdedigen of niet werkelijk bij de groep te horen, gaat uiteindelijk op zoek naar een andere plek.

Dat verklaart volgens Pride and Sports mede waarom veel specifieke lhbtiq+-sportverenigingen en sportgroepen groeien. Zij bieden mensen een omgeving waarin zij niet steeds hoeven uit te leggen wie ze zijn. Die behoefte neemt volgens de bestuurders toe nu polarisatie en politieke discussies scherper worden en ook op sportvelden en binnen verenigingen doordringen.

‘Sporten is voor veel mensen het leukste moment van de week,’ zegt De Lugt. ‘Dan wil je dat ook zo beleven. Je wilt naar een plek gaan waar je je echt thuis voelt.’

De discussie over trans en non-binaire sporters vraagt volgens Pride and Sports bijzondere aandacht. Het onderwerp leidt ook binnen lhbtiq+-sportclubs tot vragen en soms tot weerstand. Goede informatie en een open gesprek zijn volgens de stichting noodzakelijk, maar daarbij moet worden voorkomen dat individuele sporters het onderwerp van een gepolariseerde discussie worden.

Wat voor club willen wij zijn?

Sportbestuurders hoeven volgens Pride and Sports niet onmiddellijk alle antwoorden te kennen. Ze moeten wel bereid zijn het onderwerp serieus te onderzoeken en binnen de vereniging bespreekbaar te maken.

‘De eerste vraag is: wat voor club willen wij zijn?’ zegt De Lugt. ‘Daar begint het mee. Vervolgens moet je kijken wat die keuze betekent voor je beleid, je gedragsregels en de manier waarop je met elkaar omgaat.’

Een inclusieve visie krijgt pas waarde wanneer die zichtbaar wordt in de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld in de manier waarop nieuwe leden worden ontvangen, de vragen op het inschrijfformulier, de taal in clubcommunicatie en het optreden tegen ongewenste opmerkingen.

Ook de algemene ledenvergadering kan een plaats zijn om het onderwerp te bespreken. Pride and Sports wil verenigingen helpen om zo’n gesprek te voeren en kan adviseren over deskundigen of ervaringsdeskundigen die daarbij kunnen aansluiten.

De Lugt en Wolf benadrukken dat weerstand niet automatisch betekent dat een vereniging het onderwerp moet vermijden. Een kleine maar luidruchtige groep kan binnen een club veel aandacht opeisen, terwijl een grotere groep leden zich niet of nauwelijks laat horen.

Het bestuur moet daarom niet alleen reageren op degene die het hardst roept. Het moet nagaan wat er werkelijk binnen de vereniging leeft, betrouwbare informatie aanbieden en duidelijk zijn over de grenzen van het gesprek. Vragen en verschillen van inzicht mogen bestaan, maar discriminatie en persoonlijke aanvallen mogen niet als een gewone mening worden behandeld.

Drie verschillende perspectieven

Pride and Sports onderscheidt binnen een vereniging drie belangrijke groepen: bestuurders, trainers en coaches, en de leden en ouders. Zij hebben ieder een andere rol en daardoor ook andere vragen.

Bestuurders willen weten hoe ze een visie kunnen vastleggen, hoe gedragsregels worden ingevoerd en hoe ze kunnen omgaan met weerstand. Trainers willen vooral een goede training verzorgen en hun sporters beter maken. Ouders en leden kijken vooral naar wat beslissingen in de dagelijkse praktijk voor hen betekenen.

‘Trainers willen hun sporters zo goed mogelijk begeleiden,’ zegt De Lugt. ‘Als je laat zien wat zij binnen een gewone training kunnen doen, merken ze: ik heb hier invloed op.’ Dat wordt concreet wanneer een jonge sporter vertelt non-binair te zijn, net uit de kast komt of zichtbaar geraakt wordt door opmerkingen van teamgenoten.

Een trainer hoeft dan niet onmiddellijk alle antwoorden te hebben. Wel moet die signalen herkennen, ruimte bieden voor een gesprek, grenzen stellen aan ongewenst gedrag en weten bij wie binnen de club ondersteuning te vinden is.

Daar sluit de toolkit ‘The trainer spots the difference’ op aan. Het magazine gaat niet alleen over openlijke discriminatie, maar juist over subtiele en vaak onbedoelde uitsluiting. Denk aan niet gekozen worden, uitgelachen worden, achteloze opmerkingen of het gevoel niet helemaal bij het team te horen.

De toolkit bevat praktische werkvormen rond kennismaken, gezamenlijk teamregels opstellen, feedback geven, grenzen aangeven en ingrijpen bij uitsluiting. Ook de relatie met ouders en het herstellen van het gesprek na een conflict krijgen aandacht. De oefeningen zijn bedoeld om trainers te helpen een groep te creëren waarin sporters zich gezien en gewaardeerd voelen.

De trainer kan daarin veel betekenen, maar moet wel worden ondersteund door de rest van de vereniging. Wanneer het bestuur inclusie belangrijk zegt te vinden, maar trainers niet informeert of begeleidt, blijft het beleid losstaan van de sportpraktijk. De gekozen visie vraagt daarom voortdurend aandacht en onderhoud.

Niet alleen voor traditionele verenigingen

Pride and Sports kent geen formeel verenigingslidmaatschap. In de clubfinder van de stichting staan inmiddels rond de 170 sportverenigingen en vaste sportgroepen. Dat kunnen traditionele clubs zijn, maar ook urban-sportgroepen die regelmatig samenkomen en zich via sociale media organiseren.

Die brede benadering past bij de sportoverstijgende rol van de stichting. Waar in andere landen soms per sport een afzonderlijk Pride-initiatief bestaat, probeert Pride and Sports kennis en ervaringen juist tussen verschillende sporten uit te wisselen.

Een voorbeeld daarvan is Team Netherlands bij de Gay Games in Valencia. Meer dan vierhonderd Nederlandse lhbtiq+-sporters uit uiteenlopende sporten namen volgens de bestuurders deel. Zij kenden elkaar vaak niet. Voetballers, tennissers, rugbyers, zwemmers en andere sporters komen elkaar buiten zo’n evenement nauwelijks tegen.

Via een gezamenlijke WhatsApp-groep deelden de deelnemers wedstrijdprogramma’s, uitslagen en korte verslagen. Daardoor gingen sporters ook bij wedstrijden van andere Nederlandse deelnemers kijken. In het Holland House werden dagelijks tussen de twintig en dertig medaillewinnaars gehuldigd.

‘Wij vertegenwoordigen en wij inspireren,’ zeggen de bestuursleden. ‘Ook mensen uit reguliere sportclubs sloten zich aan. Zij nemen hun ervaringen vervolgens weer mee terug naar hun eigen vereniging.’

De steun van een grote sponsor gaf sporters volgens de bestuurders bovendien erkenning en zelfvertrouwen. Het ging niet alleen om kleding of faciliteiten, maar ook om het gevoel dat hun deelname ertoe deed.

De club leren kennen die je nog niet kent

Ook kleinere initiatieven kunnen volgens Pride and Sports een brug slaan tussen reguliere verenigingen en groepen die zij nog niet bereiken. Tijdens een recente sportdag in het Westerpark in Amsterdam maakten deelnemers kennis met ongeveer twintig verschillende sporten. ‘Maar bestuursleden van verschillende verenigingen wisselde kennis met elkaar uit op zo’n dag. Het mes snijdt aan twee kanten,’ zegt De Lugt

Daarbij waren ook groepen aanwezig die zich niet vanzelfsprekend bij een traditionele sportorganisatie aansluiten, zoals rollerderbyspelers. Voor Pride and Sports was hun deelname betekenisvol: niet omdat ze waren overgehaald, maar omdat ze zichzelf aanmeldden en zich in de boodschap van het evenement herkenden.

Inclusie leidt tot vernieuwing

De meest vergaande vorm van inclusie ontstaat wanneer niet alleen de clubcultuur, maar ook de sport zelf wordt aangepast. Dat gebeurde bij het turntoernooi tijdens de Gay Games.

Het turnen werd mixed gender georganiseerd. Deelnemers kwamen uit op toestellen die binnen de reguliere gymnastiek traditioneel als mannen- of vrouwentoestel gelden. Om de prestaties op een vergelijkbare en professionele manier te kunnen beoordelen, moest een nieuw jurysysteem worden ontwikkeld.

Pride and Sports werkte samen met betrokken turners aan een Code of Points van ongeveer tachtig pagina’s. Vier toestellen werden volledig beschreven voor de jury, volgens de opbouw van de internationale turnfederatie FIG. Internationale juryleden pasten de regels tijdens het toernooi toe en leverden daarna aanvullende verbeterpunten aan.

De bedoeling is dat het document verder wordt aangescherpt en als internationale basis kan dienen voor toekomstige mixed-gender turnwedstrijden.

‘Wanneer je met nieuwe groepen werkt, moet je soms vernieuwen,’ zegt De Lugt. ‘Door die vernieuwing betrek je ook nieuwe mensen bij je sport. Dat is innovatie. En dit geldt ook voor alle sportverenigingen.’

Inclusie betekent in die benadering niet alleen dat mensen binnen een bestaande structuur mogen aansluiten. Soms moet een sportorganisatie ook bereid zijn de structuur zelf opnieuw te bekijken. Reglementen, categorieën of wedstrijdvormen kunnen mensen onbedoeld buitensluiten. Door die onderdelen te vernieuwen, kan een sport toegankelijker worden en tegelijkertijd inhoudelijk verder ontwikkelen.

Ondersteuning voor sportbestuurders

Op de website van Pride and Sports staan verschillende toolkits en praktische hulpmiddelen. Een voorbeeld is een inclusief inschrijfformulier dat verenigingen kunnen downloaden. Zo’n formulier is een relatief kleine verandering, maar geeft nieuwe leden wel direct een signaal over de manier waarop de club met verschillen wil omgaan.

Daarnaast wil de stichting de ondersteuning van verenigingen verder uitbreiden. Er lopen gesprekken met sportpsychologen en pedagogen over laagdrempelige trainingen voor bestuurders, trainers en andere vrijwilligers. Daarbij wordt gedacht aan digitale modules, certificaten en video’s met herkenbare situaties uit de sport.

De ambitie is wel om vaker bij clubs langs te gaan, gesprekken te ondersteunen en praktische kennis beschikbaar te stellen. ‘Inclusie is ontzettend leuk’, zegt Wolf. ‘Als je eenmaal ziet wat het voor mensen betekent, wil je nooit meer anders.’

Voor een bestuur van een sportvereniging begint dat niet met de aanschaf van een vlag. Het begint met de bereidheid om de eigen vereniging eerlijk onder de loep te nemen, leden en trainers bij het proces te betrekken en de gekozen koers ook in de dagelijkse praktijk vol te houden.