De problemen met de LED-verlichting bij voetbalvereniging CKC in Rotterdam-Kralingseveer krijgen een politiek vervolg. De Rotterdamse VVD, Leefbaar Rotterdam en D66 stellen schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders. De partijen willen onder meer weten of een dwangsom van 20.000 euro proportioneel is en welke verantwoordelijkheid de gemeente draagt bij de ondersteuning van sportverenigingen die investeren in verduurzaming. Daarmee krijgt het dossier waarover het RVVB in maart al berichtte een nieuwe dimensie.
De aanleiding voor de politieke vragen is de berichtgeving van het AD en Rijnmond over de situatie bij CKC. De voetbalvereniging moest de LED-verlichting op haar velden terugbrengen tot slechts 30 procent van de capaciteit na klachten van een omwonende over lichthinder. Bovendien zijn lampen anders gericht en deels uitgeschakeld. Het gevolg is dat sommige teams gedeeltelijk in het donker trainen.
Voorzitter Nico de Borst vertelde op 8 oktober aan het AD dat de vereniging inmiddels tegen de grenzen aanloopt. Verder dimmen betekent dat er onvoldoende licht overblijft om veilig en verantwoord te trainen. Toch probeert de club met circa 650 leden de trainingen zoveel mogelijk door te laten gaan. ‘Maar wij zijn een familieclub, onze leden schikken zich’, aldus De Borst in het AD.
Drie partijen stellen kritische vragen
Een dag na de publicatie in het AD stelden Bradley van der Hoeven (VVD), Ilse van der Meer en Iman Pieter Duin (Leefbaar Rotterdam) en Pelle Meurink (D66) gezamenlijk tien schriftelijke vragen aan het Rotterdamse college. Onder de titel ‘Onze sportclubs mogen niet in het donker komen te staan’ spreken de raadsleden hun zorgen uit over de gevolgen voor de vereniging.
De partijen vinden dat CKC niet de dupe mag worden van de ontstane situatie. Volgens de raadsleden doet de vereniging er alles aan om de overlast te beperken en staat het bestuur open voor overleg met omwonenden. Desondanks dreigt een dwangsom die volgens hen voor een amateurvereniging niet op te brengen is.
De raadsleden willen weten of de gemeente vooraf op de hoogte was van de opgelegde dwangsom en of een bedrag van 20.000 euro per overtreding proportioneel is voor een vereniging die al verschillende maatregelen heeft getroffen.
Ook vragen zij het college om DCMR te verzoeken de dwangsom op te schorten en samen met CKC, omwonenden en Sportbedrijf Rotterdam naar een oplossing te zoeken. De bedoeling is dat de leden ook tijdens de komende wintermaanden met voldoende licht kunnen blijven trainen.
Wie ondersteunt het vrijwilligersbestuur?
Opvallend is dat de raadsleden verder kijken dan de directe gevolgen van de lichthinder. Zij stellen ook vragen over de ondersteuning van verenigingen bij grote investeringen.
Zo willen ze weten of de gemeente, Sportbedrijf Rotterdam en Rotterdam Sportsupport betrokken waren bij de aanschaf en plaatsing van de verlichting. Ook vragen zij of verenigingen die investeren in verduurzaming niet onnodig met dubbele kosten geconfronteerd mogen worden wanneer achteraf aanvullende aanpassingen noodzakelijk blijken.
Daarnaast willen de partijen weten hoe Rotterdamse sportverenigingen vooraf informatie krijgen over de normen voor lichthinder en of betere ondersteuning bij toekomstige investeringen mogelijk is. Daarmee raken de vragen aan het probleem dat het RVVB in maart al onder de aandacht bracht: vrijwilligersbesturen die grote investeringsbesluiten moeten nemen, terwijl de benodigde technische en juridische kennis vaak ontbreekt.
Waarschuwing van CKC krijgt vervolg
‘Nieuwe LED-verlichting legt kwetsbaarheid van vrijwilligersbestuur bloot’ vertelde de voorzitter in maart hoe een duurzame investering uitgroeide tot een langdurig dossier. De vereniging liet in 2022 nieuwe verlichting plaatsen. Wat begon als een logische stap om energie te besparen, leidde na klachten over lichthinder tot metingen, overleg met DCMR en moeizaam contact met de leverancier.
Volgens De Borst ontstond discussie over de vraag of de bestaande installatie kon worden aangepast of grotendeels moest worden vervangen. Dat laatste zou opnieuw aanzienlijke kosten met zich meebrengen. ‘Vrijwilligers zijn geen lichtspecialisten. Je vertrouwt op de deskundigheid van een leverancier en gaat ervan uit dat fouten worden hersteld’, vertelde hij destijds aan het RVVB.
Hij pleitte toen al voor een praktische checklist voor sportverenigingen die investeren in LED-verlichting. Daarbij noemde hij onder meer een onafhankelijke toetsing van lichtplannen, aandacht voor lichthinder, duidelijke afspraken met leveranciers en garanties over de uitvoering.
Van technisch probleem naar maatschappelijk vraagstuk
Het dossier CKC illustreert hoe ingewikkeld de positie van een vrijwilligersbestuur kan zijn. De vereniging moet voldoen aan de regels voor lichthinder en rekening houden met omwonenden. Tegelijkertijd moet het bestuur zorgen dat honderden leden kunnen blijven sporten en dat de financiële continuïteit van de vereniging niet in gevaar komt.
Daar komt bij dat de verlichting juist werd aangeschaft om de sportaccommodatie te verduurzamen. Een investering die bedoeld was om de vereniging toekomstbestendig te maken, levert nu nieuwe financiële en organisatorische zorgen op.
De Rotterdamse raadsvragen maken duidelijk dat de kwestie breder speelt dan alleen de verlichting bij CKC. De politiek wil ook weten hoe kan worden voorkomen dat andere sportverenigingen in een vergelijkbare situatie terechtkomen.
Voor het RVVB onderstreept deze casus het belang van goede ondersteuning van vrijwilligersbesturen bij complexe investeringen. Verenigingen moeten kunnen vertrouwen op deskundig advies, heldere regelgeving en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden.
Voorlopig blijft CKC zoeken naar een structurele oplossing. De raadsleden dringen vanwege de naderende donkere wintermaanden aan op een spoedige beantwoording van hun vragen.
Bronnen: AD/Rotterdams Dagblad, 8 oktober 2026, Yvonne Keunen, ‘CKC’ers moeten met minder licht trainen’; RVVB, 2 maart 2026, ‘Nieuwe LED-verlichting legt kwetsbaarheid van vrijwilligersbestuur bloot’.

