Skip links

Tijs van den Brink: ‘Het wordt tijd dat we elkaar weer opzoeken’

Tijdens een rondetafelgesprek van de Tweede Kamer over de staat van de rechtsstaat ging het niet alleen over wetten, instituties en grondrechten, maar ook over de ruimte voor het maatschappelijk middenveld. Namens het CDA nam Kamerlid Tijs van den Brink deel aan het gesprek. Daarin vroeg hij onder meer wat politiek en overheid kunnen doen om het verenigingsleven te versterken.

Na afloop sprak Van den Brink verder over de betekenis van verenigingen voor de samenleving. Hij herkende de oproep van Daniel Klijn, namens het Register voor Verenigingsbestuurders, om niet alleen óver verenigingen te praten, maar er ook naartoe te gaan. ‘Ik zie dat het verenigingsleven heel belangrijk is,’ zei Van der Brink. ‘De oproep van Daniel Klijn om verenigingen te bezoeken, snap ik.’

Een bredere beleidsvisie
Van den Brink ziet waarde in een bredere beleidsvisie voor het maatschappelijk middenveld. Die kan volgens hem helpen om bij nieuwe wetgeving beter rekening te houden met verenigingen, vrijwilligers en andere maatschappelijke organisaties.


‘Zo’n beleidsvisie voor het maatschappelijk middenveld zou ons enorm helpen richting het wetgevingsoverleg,’ zei hij na afloop.

Volgens Van den Brink raakt dat aan een bredere vraag: hoe houd je de samenleving bij elkaar in een tijd van verharding, polarisatie en afnemend vertrouwen? Hij koppelt dat ook aan zijn eigen motivatie om politiek actief te zijn. De opkomst van extreemrechts was voor hem een van de redenen om de politiek in te gaan. Juist daarom wil hij bijdragen aan wat hij ‘ambachtelijke politiek’ noemt: fatsoenlijke debatten, serieuze samenwerking en echte oplossingen.

Daarin ziet hij ook het belang van een sterk maatschappelijk middenveld. Sportverenigingen brengen mensen bij elkaar die elkaar anders niet vanzelfsprekend tegenkomen. Dat past volgens Van der Brink bij politiek die niet blijft hangen in geschreeuw en getetter, maar zoekt naar wat mensen in het land nodig hebben.

Politiek is ook keuzes maken
Tegelijk benadrukte Van den Brink dat politiek keuzes moet maken. Ook in het gesprek over demonstratierecht en de bevoegdheden van burgemeesters ziet hij ruimte voor politieke afwegingen. ‘Het gaat bij deze rondetafelgesprekken over het behoud van de rechtsstaat,’ zei hij. ‘Dat is voor mij ook een reden om de politiek in te gaan. Maar we moeten ook doen wat leeft in het land. Als we bijvoorbeeld burgemeesters meer bevoegdheden geven bij demonstraties, heb ik niet meteen het gevoel dat we de rechtsstaat aanvallen.’

Volgens Van den Brink hoort dat bij politiek: belangen wegen, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen. ‘Wat doen we anders hier?’ zei hij. ‘Wij moeten als politiek keuzes maken. Dat is soms heel ingewikkeld.’

Op het veld hetzelfde doel
Van den Brink kent de waarde van verenigingen ook uit eigen ervaring. Hij voetbalde jarenlang. Juist daar zag hij hoe mensen met verschillende achtergronden, opvattingen en karakters toch samen iets kunnen doen.

‘Daar kom je de hele samenleving tegen,’ zei hij. ‘Voor de wedstrijd discussieer je, en verschil je van mening. We zijn allemaal verschillende mensen. Maar zodra we het veld op liepen, hadden we hetzelfde doel: winnen met ons team.’

Volgens nieuwe kamerlid is dat een belangrijke waarde in een samenleving waarin mensen steeds vaker in hun eigen bubbel leven. Sociale media bevestigen mensen in hun eigen gelijk. Buiten verenigingen komen mensen elkaar minder vanzelfsprekend tegen.

Hij ziet tegelijk ook hoopvolle ontwikkelingen, zoals scholen waar kinderen hun telefoon thuis moeten laten. Daardoor ontstaat volgens hem weer meer ruimte voor gesprek en ontmoeting. ‘Hopelijk kunnen we het keren. Dat kinderen weer met elkaar in gesprek gaan.’

Doorgeschoten individualisme

Van den Brink ziet dat lidmaatschappen van verenigingen onder druk staan. Ook hij herkent dat uit zijn eigen leven. Hij wielrent zelf, maar niet in verenigingsverband.

‘We moeten niet terug naar vroeger, toen er lidmaatschappen waren in je eigen gemeenschap en dat ook knellende gemeenschappen konden zijn,’ zei hij. ‘Maar we zijn nu doorgeschoten in individualisme. We moeten weer in het midden uitkomen.’

Daarmee sloot zijn reflectie aan bij de kern van de RVVB-boodschap en het pas gepubliceerde Impactrapport. Sportverenigingen zijn niet alleen plekken waar mensen bewegen. Het zijn plekken waar mensen elkaar tegenkomen, verantwoordelijkheid nemen en samen iets opbouwen. Of, zoals Van der Brink het na afloop samenvatte: ‘Het wordt tijd dat we elkaar weer opzoeken.’