Skip links

Sportbestuurders laten zich zien bij sportdebat in Den Haag

Zo’n zeventig sportbestuurders kwamen dinsdag 30 juni naar de Tweede Kamer voor het commissiedebat Sport. Op uitnodiging van het RVVB en BAV maakten zij zichtbaar dat de druk op sportverenigingen niet alleen op papier bestaat, maar dagelijks voelbaar is in bestuurskamers, kantines, sporthallen en op sportparken in heel Nederland.

De oproep aan bestuurders was duidelijk. Sportverenigingen voegen grote maatschappelijke waarde toe, terwijl veel clubs tegelijk kampen met regelgeving, stijgende kosten, onzekerheid rond subsidies en een steeds zwaardere belasting voor vrijwilligers. Juist daarom wilden het RVVB en BAV dat verenigingsbestuurders niet alleen via brieven en rapporten zichtbaar zouden zijn, maar ook fysiek in Den Haag.

Al ruim voor het debat verzamelden de eerste bestuurders zich in de Statenpassage. De hal vulde zich met vertegenwoordigers van verenigingen uit het hele land. In Den Haag valt niet alles strak te plannen: een eerder debat liep uit, waardoor Kamerleden pas rond kwart voor vijf via de roltrap de Statenpassage binnenkwamen. Toch maakten zij nog kort tijd voor de aanwezige sportbestuurders, voordat het sportdebat begon.

De belangstelling was groot. De publieke tribune zat vol en voor de extra bezoekers kwam zelfs een aanvullende zaal beschikbaar. Dat beeld onderstreepte precies waarom de oproep van het RVVB en BAV nodig was. Sportverenigingen vragen niet alleen om waardering, maar ook om bestuurlijke duidelijkheid, uitvoerbare regelingen en beleid dat aansluit bij de werkelijkheid van vrijwilligersorganisaties.

BOSA als rode draad

Voor veel aanwezige bestuurders draaide het debat in belangrijke mate om de BOSA-regeling. De onzekerheid rond aanvragen raakt direct aan investeringen in clubhuizen, sporthallen, verduurzaming, veiligheid en uitbreiding. Bestuurders gaven aan dat een regeling met onzekere uitkomst slecht past bij projecten die vaak over tonnen of zelfs miljoenen euro’s gaan.

Ook Bouwe van de Krol van A.G.S.R. Gyas schetste die onzekerheid. De vereniging werkt aan verduurzaming en uitbreiding van de sportaccommodatie. Een groot deel van de financiering komt al uit leningen en eigen vermogen. Juist de gemiste subsidie maakt het verschil. Volgens Van de Krol biedt een revolverend fonds in zo’n situatie geen oplossing, omdat de vereniging niet op nog meer leningen zit te wachten. Het probleem zit niet bij de toegang tot krediet, maar bij de onzekerheid rond subsidie.

Voorzitter Roland Kroes van hockeyvereniging AMHC Apeldoorn: “Wij waarderen iedere euro subsidie enorm. Maar dan moeten spelregels duidelijk zijn en niet tijdens de wedstrijd veranderen (we zakten van en plek rond de 80 naar 2400). Voor 2026 is de schade voor ons overzichtelijk. Maar het maakt mij niet vrolijk voor de zoektocht naar middelen voor onze aanstaande verbouwing van het clubhuis.”

Marco Busscher, voorzitter van Stichting Dorpshuis De Haambrink, bracht eveneens een concreet praktijkvoorbeeld in. De Haambrink investeerde in legionellabestrijding, ventilatie en brandveiligheid. Daarnaast speelt een mogelijk toekomstplan, waarbij een BOSA-bijdrage van groot belang is. Zonder zekerheid vooraf komt zo’n plan nauwelijks verantwoord van de grond.

Waardering klinkt door, oplossingen blijven achter

Veel bestuurders herkenden tijdens het debat waardering voor de rol van sportverenigingen. Tegelijk klonk ook teleurstelling over het gebrek aan concrete oplossingen. Berenike van Lohuizen-Jacobs, voorzitter van HLTC Haarlem, gaf aan dat Kamerleden amateursportverenigingen zichtbaar een warm hart toedragen en vrijwilligers minder regeldruk gunnen. Maar volgens haar bleef het debat nog te weinig concreet. Zij wees er bovendien op dat de BOSA oorspronkelijk voortkomt uit compensatie voor btw en niet simpelweg als gewone subsidie gezien kan worden.

Boudewijn Tjeertes, bestuurslid van RV Zaankanaries uit Wormer, trok een vergelijkbare conclusie. Er klonk veel waardering voor vrijwillige bestuurders, maar echt begrip voor de uitdagingen en passende oplossingen zag hij nog onvoldoende terug. Volgens hem ging het debat vooral over budget en de infrastructuur rond verenigingen, terwijl bestuurders soms ook met eenvoudige aanpassingen geholpen kunnen zijn. Niet elke oplossing vraagt direct om extra geld.

Marc Wens van gym- en turnvereniging Virto keek met gemengde gevoelens terug. Hij vond het eerste deel van het debat positief, met steunende signalen vanuit verschillende partijen. Over het vervolg was hij veel kritischer. In zijn ogen keek de minister te weinig naar de acute problemen waar verenigingen nu mee worstelen.

Ook Ben Moonen van Sportsubsidie.nl concludeerde kritisch dat sportclubs na het debat met een kater achterblijven. Uit de beantwoording van de minister leidde hij af dat er dit jaar ruimte is voor ongeveer 800 goedgekeurde BOSA-aanvragen, terwijl het aantal ingediende aanvragen veel hoger lag. Volgens zijn analyse trekt VWS voor dit jaar geen extra middelen uit om meer aanvragen toe te kennen. Voor de regeling vanaf volgend jaar kijkt de minister naar aanpassingen, maar duidelijkheid over mogelijk extra budget volgt pas later.

Ook andere themas raken de sportpraktijk

Hoewel BOSA veel aandacht opeiste, kwam tijdens het debat ook de bredere maatschappelijke positie van sport aan bod. Fred Benner van HSV Heiloo noemde de bijdrage van het Kamerlid van DENK voor hem het meest opvallend. Die bijdrage raakte aan gedrag, uitsluiting en reacties op sociale media rond sport. Daarmee liet het debat ook zien dat sportbeleid verder reikt dan accommodaties en subsidieregelingen alleen.

Juist die bredere blik past bij de inzet van het RVVB. Sportverenigingen dragen bij aan gezondheid, ontmoeting, jeugd, leefbaarheid en sociale samenhang. Tegelijk rust die maatschappelijke waarde op de schouders van vrijwillige bestuurders. Zij regelen financiën, accommodaties, veiligheid, ledenzaken, vrijwilligersbeleid en steeds vaker ook ingewikkelde subsidie- en verantwoordingsprocessen.

Zichtbaarheid blijft nodig

Wim Boerkamp van CVV Oranje Nassau Groningen zag na afloop nog ruimte voor verdere lobby in de komende maanden. Volgens hem kunnen verenigingen daarbij ook lokaal druk opbouwen, door politieke partijen in hun eigen gemeente actief te informeren. Lokale signalen kunnen de landelijke lobby versterken, zeker richting het najaar wanneer politieke keuzes rond extra middelen op tafel komen.

Voor het RVVB onderstreepte de opkomst in Den Haag het belang van georganiseerde vertegenwoordiging van sportbestuurders. De volle Statenpassage, de volle tribune en de extra zaal maakten zichtbaar dat verenigingen hun stem willen laten horen. Niet uit onvrede alleen, maar vooral omdat zij dagelijks verantwoordelijkheid dragen voor voorzieningen die in dorpen, wijken en steden onmisbaar zijn.

De boodschap vanuit Den Haag richting de komende maanden is helder: waardering voor sportverenigingen is belangrijk, maar verenigingsbestuurders vragen ook om duidelijkheid, uitvoerbare regelingen en beleid dat aansluit bij de praktijk. Het RVVB blijft die signalen bundelen en onder de aandacht brengen bij politiek, overheid en sportorganisaties.