Skip links

BOSA-loting legt kwetsbaarheid financiering sportaccommodaties bloot

Sportverenigingen die op 5 januari klaarzaten voor hun BOSA-aanvraag, kwamen maanden later alsnog voor een verrassing te staan. Door problemen bij het aanvraagloket besloot het ministerie van VWS de volgorde van behandeling niet langer te baseren op binnenkomst, maar op loting. Clubs die dachten op een kansrijke plek te staan, zakten daardoor soms honderden plaatsen. Volgens Stichting Waarborgfonds Sport en het Register voor Verenigingsbestuurders laat de situatie vooral zien dat er structureel te weinig geld beschikbaar is voor sportaccommodaties.
Bestuurders hadden hun aanvraag vaak zorgvuldig voorbereid. Offertes waren verzameld, begrotingen doorgerekend, gesprekken met aannemers gevoerd, vergunningen voorbereid en leden meegenomen in plannen voor renovatie, verduurzaming of nieuwbouw. Wie vroeg indiende, maakte de meeste kans op BOSA-subsidie. Zo golden de spelregels.
Maar binnen enkele uren was de regeling overvraagd. Voor 2026 was 43,5 miljoen euro beschikbaar, terwijl er voor circa 109 miljoen euro aan aanvragen binnenkwam. Het aanvraagloket raakte overbelast en de volgorde van binnenkomst viel volgens het ministerie niet betrouwbaar vast te stellen. Daarom koos VWS alsnog voor loting.
Voor veel verenigingen voelt dat als een harde klap. Niet alleen omdat de kans op subsidie kleiner is, maar vooral omdat zorgvuldig voorbereid bestuurswerk ineens in onzekerheid belandt.

AV Passaat van plek 348 naar 910
Een van de verenigingen die daarmee te maken kreeg, is atletiekvereniging AV Passaat uit Papendrecht. Penningmeester Cilia Visscher-Prins vroeg op 5 januari BOSA-subsidie aan voor vernieuwing van de bovenlaag van de atletiekbaan. Die investering is urgent. De huidige baan is 25 jaar oud en nog tot 2027 goedgekeurd door de Atletiekunie. Daarna voldoet de baan niet meer aan de eisen.
Volgens Visscher-Prins speelt ook veiligheid een belangrijke rol. De baan verzakt ongelijkmatig. “Veiligheid staat voorop, dus wij kunnen dat dan niet meer garanderen”, zegt zij.
De investering bedraagt tonnen. Daardoor rekende de vereniging op een flink bedrag aan BOSA-subsidie, twintig procent van het totaalbedrag. De penningmeester zat op 5 januari klaar en kreeg aanvankelijk nummer 348. Na de loting zakte AV Passaat naar plek 910. “Ik was echt verbouwereerd en gefrustreerd”, zegt Visscher-Prins. “Ik heb er alles aan gedaan. Goed voorbereid, alles klaargelegd. Ik dacht: hup, indienen. En nu krijg ik deze uitslag.”
Of de vereniging met plek 910 nog subsidie ontvangt, is onzeker. “Dat hangt af van de omvang van de investeringen van andere verenigingen. Maar de kans is nu groot dat we het mislopen.” AV Passaat kijkt inmiddels naar alternatieven, zoals financiering. Maar ook dat biedt geen zekerheid.

Nijmegen-Quick zakt na loting ruim duizend plaatsen
Ook Tennisclub Nijmegen-Quick herkent de problemen. Voorzitter Lucas Brans en penningmeester Joost Nieuwenhuis dienden op 5 januari een aanvraag in en hadden het gevoel dat de club er vroeg bij was. Dat bleek terecht: Nijmegen-Quick kreeg aanvankelijk plek 12. Na de loting zakte de vereniging naar plek 1194.
Voor de Nijmeegse tennisclub is BOSA geen incidentele meevaller, maar een regeling waarmee in de planning rekening wordt gehouden. Nijmegen-Quick vroeg de afgelopen jaren vaker BOSA aan. Dit jaar stonden ook grotere onderhoudszaken op de lijst. “Linksom of rechtsom: we houden daar als club rekening mee”, zegt Brans. “Als die BOSA niet komt, gooit dat roet in het eten.”
De onzekerheid raakt direct aan de begroting en aan de keuzes die het bestuur moet maken. Zonder BOSA moet Nijmegen-Quick opnieuw bekijken welke investeringen verantwoord zijn. “Als dit het proces is, gaan we anders nadenken over grotere investeringen. Kunnen we die wel of niet maken? Als je een besluit neemt, wil je weten waar je aan toe bent. Dat gevoel heb ik na dit jaar zeker niet.”
De frustratie zit bij Nijmegen-Quick vooral in de verandering van de spelregels tijdens het proces. De regeling werkte jarenlang volgens het principe: wie het eerst een volledige aanvraag indient, maakt de meeste kans. Daar bereidde de club zich ieder jaar zorgvuldig op voor. “We doen het allemaal vrijwillig”, zegt Brans. “We zijn vrijwilligers, geen bedrijven. Je moet je goed voorbereiden. Als het lukt, geeft dat ook een kick. Dan is de penningmeester trots: jongens, het is ons gelukt.”
“Wat mij stoort, is dat gedurende het spel de spelregels zijn veranderd”, zegt penningmeester Joost Nieuwenhuis. “Ik ben heel benieuwd wat daar de trigger voor is geweest.”
Nijmegen-Quick ziet tegelijk dat het probleem verder gaat dan de loting. Er is simpelweg te weinig geld voor de vraag vanuit verenigingen. Toch neemt dat de frustratie niet weg. Voor bestuurders die zich zorgvuldig voorbereidden, voelt het alsof hun werk achteraf nauwelijks nog waarde had.

‘Structureel te weinig geld’
Volgens Dick Zeegers, directeur van Stichting Waarborgfonds Sport, ligt onder de discussie over loting een groter probleem. “In de kern is het probleem dat er structureel te weinig geld naar de BOSA-regeling gaat”, zegt hij.
Zeegers begrijpt dat VWS na de problemen met het loket naar een oplossing moest zoeken, maar zet vraagtekens bij de tijd die dat kostte. Verenigingen dienden hun aanvraag begin januari in, maar kregen pas maanden later duidelijkheid over de aangepaste verdeelwijze.
Daarbij gaat het volgens Zeegers niet om een simpel formulier. “Je vraagt niet zomaar BOSA aan. Daar gaat veel werk aan vooraf. Je voert gesprekken met aannemers, zorgt dat offertes klaarstaan, kijkt naar vergunningen en betrekt je leden.” Dat geldt niet alleen voor grote bouwprojecten. Ook verenigingen die het hele jaar door hun administratie netjes bijhouden, kunnen geraakt worden. Zeegers noemt het voorbeeld van een penningmeester uit Zoetermeer die alle bonnetjes gedurende het jaar zorgvuldig verzamelt. “Daar zit het hele jaar werk in. En dan blijkt het misschien allemaal voor niets.”

BOSA als sluitstuk van de begroting

Zeegers onderscheidt drie groepen verenigingen. De eerste groep gebruikt BOSA voor reguliere, kleinere investeringen gedurende het jaar. De tweede groep heeft de regeling nodig om een grote investering financieel rond te krijgen. Een derde, kleinere groep kan het wegvallende bedrag eventueel lenen of op een andere manier opvangen. Vooral de tweede groep komt volgens hem in de knel. Bij die verenigingen is BOSA geen extraatje, maar een essentieel onderdeel van de begroting. Zonder de bijdrage sluit het financiële plaatje niet.
“Je kunt zeggen: dan dien je het niet in”, zegt Zeegers. “Maar voor veel clubs is BOSA nodig voor een sluitende begroting.” Zijn inschatting is dat een groot deel van de verenigingen de geplande investering niet kan uitvoeren als de BOSA-bijdrage wegvalt. Daarmee raakt de loting niet alleen de administratie, maar ook concrete plannen op sportparken.

RVVB: bestuurders deden wat van hen gevraagd werd

Ook Daniel Klijn van het Register voor Verenigingsbestuurders ziet veel onbegrip bij clubs. “Verenigingen zijn verbijsterd”, zegt hij. “Die hebben keurig op 5 januari een subsidieaanvraag ingediend. Dat was dag één. Zij dachten dus dat ze op tijd waren.”
Volgens Klijn vraagt een aanvraag voorbereiding en discipline. Bestuurders moeten op het juiste moment klaarzitten en hun dossier volledig indienen. “Het was: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dan moet je dat goed voorbereiden. Heel veel bestuurders hebben dat ook gedaan.”
Juist daarom schuurt de latere aanpassing. “Er ging iets mis in het systeem bij de overheid. Dat is heel vervelend. Maar daar worden nu verenigingsbestuurders en verenigingen de dupe van.”

Subsidie of compensatie?

Volgens Klijn verdient ook de aard van de BOSA-regeling meer aandacht. Hij noemt het onjuist om alleen over subsidie te spreken. De regeling ontstond als compensatie na het wegvallen van btw-voordeel voor sportverenigingen. “Als een ondernemer een padelbaan aanlegt of een sporthal bouwt, krijgt die de btw terug”, zegt Klijn. “Maar een sportvereniging niet.”
Daarom vindt Klijn dat de overheid de regeling niet moet behandelen als een vrijblijvende subsidiepot. “Wij vinden eigenlijk dat de overheid al die verenigingen moet uitkeren, omdat het in feite ook over btw-compensatie gaat.”

Verouderde accommodaties maken uitstel riskant
De urgentie is groot, stelt Klijn. Veel sportaccommodaties in Nederland stammen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig. Volgens hem kampt een groot deel met achterstallig onderhoud. Investeringen zijn nodig om veilig, duurzaam en toegankelijk te kunnen blijven sporten.
Tegelijk stijgen de bouwkosten. Waar een kantine vóór corona soms nog onder een miljoen euro gerealiseerd kon worden, lopen vergelijkbare projecten tegenwoordig veel sneller op richting twee miljoen euro of meer. Voor vrijwillige bestuurders maakt dat de puzzel steeds ingewikkelder.

Meer dan een ongelukkige loting

De BOSA-loting laat vooral zien hoe kwetsbaar de financiering van sportaccommodaties is. Verenigingen steken veel tijd in hun aanvraag, maar blijven afhankelijk van een subsidiepot die al op de eerste dag tekortschiet. Voor AV Passaat, Quick Nijmegen en veel andere clubs wringt vooral dat er veel werk is verzet, terwijl maanden later nog altijd onzeker is of hun plannen kunnen doorgaan.

Vanuit RVVB hebben wij hier ook landelijk bekendheid aan gegeven, luister hier het radio fragment op Radio 1.