PvdA-Statenlid Daan Olivier uit Friesland onderzoekt of de provincie sportverenigingen kan helpen die door de problemen rond de BOSA-regeling tussen wal en schip dreigen te vallen. Zijn voorstel richt zich op renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, bij voorkeur langs de bestaande BOSA-voorwaarden.
De problemen rond de BOSA-regeling leiden niet alleen in Den Haag tot vragen. Ook in de provincies ontstaat de zoektocht naar oplossingen. In Friesland werkt PvdA-Statenlid Daan Olivier aan een voorstel om provinciaal geld vrij te maken voor sportverenigingen die investeren in renovatie of verduurzaming van hun accommodatie.
Olivier zit in zijn eerste termijn in de Provinciale Staten van Friesland en voert onder meer het woord over sport. Voor hem speelt het onderwerp ook persoonlijk. Tot 2019 reed hij als professioneel wielrenner, onder andere voor Jumbo. Zijn sportloopbaan begon bij de vereniging.
‘Ik heb veel te danken aan een sportvereniging’, zegt Olivier. ‘Die hielp mij mede om mijn droom als topsporter waar te maken. Daarom zie ik ook hoeveel sportverenigingen bijdragen op het gebied van sport, sociale ontmoetingen en gezondheid. Maar ook hoe kwetsbaar verenigingen zijn en waarom de politiek een verantwoordelijkheid draagt om dat te koesteren.’
‘Tijdens de wedstrijd de spelregels veranderd’
De directe aanleiding voor zijn voorstel ligt bij de BOSA-loting. Door problemen bij het aanvraagloket besloot het ministerie van VWS de behandeling van aanvragen niet langer te baseren op volgorde van binnenkomst, maar op loting. Daardoor zakten sommige verenigingen, die rekenden op een kansrijke plek, ver terug in de rij.
Olivier noemt de situatie rond een voetbalvereniging uit Lemmer als voorbeeld. Daar speelt een fusie, met bijbehorende aanpassingen aan de accommodatie. Juist zulke trajecten vragen volgens hem om betrouwbare afspraken vanuit de overheid.
‘We vragen heel veel van verenigingen. Fuseren kan soms een oplossing zijn, maar dan moeten gebouwen aangepast. Als steun dan wegvalt, dreigt zo’n club tussen wal en schip te vallen. De rijksoverheid komt simpelweg zijn afspraken niet na. In de sport kan dat echt niet: tijdens de wedstrijd de spelregels veranderen.’
Provinciale regeling langs BOSA-lijnen
Olivier stuurde zijn idee inmiddels rond langs andere fracties in Friesland. Het voorstel verkeert nog in conceptfase. De kern: kijken of de provincie geld kan vrijmaken voor sportverenigingen die investeren in renovatie of verduurzaming, en daarbij zo veel mogelijk aansluiten bij de bestaande BOSA-voorwaarden.
Dat laatste vindt hij belangrijk. Nieuwe provinciale voorwaarden kunnen volgens Olivier juist opnieuw voor extra bureaucratie zorgen. ‘Ik wil voorkomen dat verenigingen vastlopen in allerlei nieuwe procedures. Het idee is juist: sluit aan bij de BOSA-voorwaarden, zodat clubs niet opnieuw door een ingewikkeld traject hoeven.’
In Friesland bestaat al een provinciale subsidieregeling voor gemeenschapsgebouwen, zoals dorpshuizen. Sportverenigingen zouden daar mogelijk onder kunnen vallen. Een andere optie is een aparte opening binnen of naast die regeling. Olivier onderzoekt nog welk bedrag realistisch is en welke route politiek haalbaar lijkt.
Verduurzaming en salderen
Voor Olivier raakt de BOSA-discussie aan een groter probleem. Veel sportverenigingen investeren in verduurzaming, bijvoorbeeld met zonnepanelen, ledverlichting of isolatie. Tegelijk staan nieuwe financiële tegenvallers voor de deur, onder meer door het wegvallen van de salderingsregeling.
‘Verenigingen die goede stappen zetten met zonnepanelen, kunnen straks alsnog in de rode cijfers komen als ze niet verder kunnen investeren, bijvoorbeeld in een batterij. Ze doen iets goeds voor de sport én voor het klimaat, en dan is dit de beloning. Dat slaat natuurlijk nergens op.’
Volgens Olivier laat de situatie zien dat de BOSA-pot structureel tekortschiet. Zelfs zonder technische problemen blijft de vraag naar steun voor sportaccommodaties veel groter dan het beschikbare budget.
Breder signaal richting provincies
Olivier wil zijn voorstel ook delen met zijn partijgenoten van het toekomstige Progressief Nederland, zodat andere provinciale fracties het idee kunnen oppakken. Daarmee kan de Friese inzet uitgroeien tot een breder signaal: als het Rijk verenigingen onvoldoende zekerheid biedt, kunnen provincies mogelijk een aanvullende rol spelen.
Voor sportverenigingen verandert dat niets aan de onzekerheid van dit moment. Maar het voorstel laat wel zien dat de BOSA-loting niet alleen een uitvoeringsprobleem is. De kwestie legt een bredere kwetsbaarheid bloot in de financiering van sportaccommodaties. Zoals Olivier het samenvat: ‘We willen sportverenigingen helpen die nu tussen wal en schip vallen. Maar sowieso moeten we clubs ondersteunen bij renovatie en verduurzaming, zodat ze klaar zijn voor de toekomst.’

