Skip links

Wethouder Sport Gerben van Duin: impactonderzoek geeft sportverenigingen sterkere positie

“Sportverenigingen kosten geld.” Die opmerking hoort Gerben van Duin regelmatig in bestuurlijke gesprekken. Juist daarom noemt hij het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen zo belangrijk. Voor de nieuwsbrief van het RVVB onderstreept de wethouder welzijn, jeugd en sport van de gemeente Kaag en Braassem de waarde van het rapport.
“Dit rapport steunt me enorm richting overheid en gemeente,” zegt Van Duin. “Veel waarde was al voelbaar, maar nog niet scherp gekwantificeerd. Dit onderzoek vormt een eerste stap richting landelijke en lokale overheden.”

Meer dan gezondheid alleen
Eerder onderzoek naar Social Return on Investment liet al zien dat één euro in sport circa 2,76 euro maatschappelijke waarde kan opleveren. Volgens Van Duin lag de nadruk toen vooral op gezondheid en arbeidsparticipatie.
Het nieuwe impactonderzoek kijkt breder. Ook sociale samenhang, vrijwilligerswerk, ontmoeting en mentale vitaliteit krijgen nu gewicht. Precies daar ligt volgens hem de dagelijkse kracht van verenigingen. “Op een sportvereniging gebeurt zoveel meer dan alleen sporten.” “Op sportverenigingen maak je vrienden en blijven ouderen vitaal. Je investeert in vrijetijdsbesteding en dat levert geld op. Het mes snijdt aan twee kanten: je houdt mensen uit de zorg én helpt hen actief mee te doen in werk, vrijwilligerswerk en economie.” Die bredere benadering helpt vooral lokale verenigingen. Niet alleen gezondheidswinst telt mee, maar ook vrijwilligerswerk, sociale activiteiten en de bijdrage aan leefbaarheid in dorpen en wijken. Daardoor komt beter in beeld wat sportclubs dagelijks betekenen voor hun omgeving.

Sterker verhaal richting gemeenten
Van Duin merkt dat het rapport direct helpt in gesprekken binnen gemeenten. Hij spreekt geregeld collega-bestuurders in het land en hoort daar nog vaak dezelfde reflex: sportclubs kosten alleen subsidie en onderhoud.
Daar zet hij een andere werkelijkheid tegenover. In Kaag en Braassem gaat circa 45 miljoen euro naar het sociaal domein. Dan telt elke investering die inwoners gezonder, socialer en zelfstandiger houdt.
“Op sportverenigingen maken mensen vrienden en blijven ouderen vitaal. Je investeert in vrijetijdsbesteding en dat levert geld op. Het mes snijdt aan twee kanten. Je houdt mensen uit de zorg.” Volgens Van Duin ligt de conclusie voor de hand: investeren in sport levert echt iets op.

Voorbeeld uit Roelofarendsveen
In Roelofarendsveen ligt midden in het dorp een sportcluster met hockey, voetbal, tennis, een zwembad en andere voorzieningen. Direct daarnaast staat een school. Volgens Van Duin laat die locatie zien hoe beleid, onderwijs en sport elkaar kunnen versterken. Kinderen starten daar al op tweejarige leeftijd op een speelse manier met bewegen. Via activiteiten als judo, en andere motorische oefeningen maken zij vroeg kennis met sport. “Mindfulness voor jonge kinderen legt de basis voor een sterke mentale weerbaarheid, ook dat wordt aangeboden,” zegt Van Duin. Volgens Van Duin ligt juist in die vroege kennismaking veel waarde: “Jong geleerd is oud gedaan.” Wie op jonge leeftijd plezier in bewegen of muziek ontdekt, neemt die gewoonte vaak mee voor later. Daarnaast lopen projecten over voedingseducatie. Docenten krijgen scholing om beweging vaker in het onderwijs te verweven. Organisaties als de GGD en het LUMC kijken mee naar effecten en ontwikkeling. Van Duin noemt het een krachtig voorbeeld van sport, vitaliteit en weerbaarheid in de praktijk, midden in het dorp.

Nieuwe ontmoetingsplek in het dorp
Van Duin ziet ook een bredere maatschappelijke rol voor verenigingen. Traditionele ontmoetingsplekken, zoals kerken, trekken minder mensen. Daardoor groeit de behoefte aan nieuwe centra van verbinding.
De sportvereniging kan die plek innemen, zegt hij. Net als een koor of andere culturele vereniging. Mensen ontmoeten elkaar daar, maken hun hoofd leeg en versterken hun mentale gezondheid.

Ervaring uit 25 jaar bestuur
Volgens de wethouder vraagt goed beleid soms lef. Investeringen komen vaak eerder dan opbrengsten zichtbaar raken. Toch loont die keuze volgens hem. “De kosten gaan voor de baten uit. Dit rapport helpt ons enorm om dat verhaal kracht bij te zetten.” Na 25 jaar als wethouder in verschillende gemeenten kent Van Duin het speelveld goed. Al die jaren hamert hij op dezelfde boodschap: kijk niet alleen naar kostenposten, maar naar maatschappelijke opbrengst. Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen geeft clubs volgens hem een sterk instrument in handen. Sportverenigingen kunnen de uitkomsten van het rapport nadrukkelijk meenemen in gesprekken met lokale bestuurders, beleidsmakers en gemeenteraadsleden. De boodschap van Van Duin is helder: sportverenigingen vragen ruimte en steun, maar leveren de samenleving veel meer op dan vaak zichtbaar