Dat het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen verenigingsbestuurders kan helpen in het gesprek met hun gemeente, blijkt in Zwijndrecht. Een bijeenkomst over de maatschappelijke kracht van sport zorgde daar volgens Erik Bezemer, voorzitter van Platform Sport en Bewegen Zwijndrecht, voor nieuwe inzichten bij raadsleden en gemeente. Toen kort daarna een forse huurverhoging voor sportaccommodaties op tafel kwam, kon het platform die maatschappelijke waarde direct inbrengen in de discussie. De voorgenomen verhoging van 25 procent ging uiteindelijk van tafel.
Het begon in november 2025. Platform Sport en Bewegen organiseerde een bijeenkomst over de kracht en maatschappelijke impact van sport. Niet alleen sportverenigingen schoven aan, maar ook vertegenwoordigers uit het sociaal domein, raadsleden en de wethouder. Daniel Klijn van het RVVB nam de aanwezigen mee in de maatschappelijke betekenis van sportverenigingen en gaf daarbij al een voorproef van het later gepubliceerde landelijke impactonderzoek.
Volgens Bezemer maakte die presentatie veel los. ‘Die presentatie heeft nogal wat ogen geopend. Dat is ook letterlijk wat een van de raadsleden tegen mij zei.’
Huurverhoging van 25 procent
Juist in diezelfde periode lag de begroting voor 2026 op tafel. Daaruit bleek dat de gemeente de huurtarieven voor sportverenigingen fors wilde verhogen. Volgens Bezemer ging het om 25 procent.
Voor het Sportplatform lag er daardoor direct een mogelijkheid om de discussie van alleen kosten naar maatschappelijke waarde te verplaatsen. Wat betekent zo’n verhoging voor verenigingen? En wat raakt een gemeente als sportverenigingen financieel verder onder druk komen te staan?
‘Sport is niet alleen achter een bal aanrennen. Het is veel meer dan dat’, zegt Bezemer. ‘Door die avond konden we laten zien wat verenigingen allemaal betekenen voor de samenleving.’
Het bezwaar vanuit de sport kreeg gehoor. Op 2 december 2025 nam de gemeenteraad unaniem een motie aan om de huurverhoging voor sportverenigingen en sportactiviteiten uit de begroting te schrappen. Eerder had de raad met de motie ‘Sport moet blijven kunnen’ al uitgesproken dat bij sportvoorzieningen niet alleen vanuit het financiële perspectief gekeken moest worden, maar juist ook vanuit de maatschappelijke vraag.
Voor Bezemer laat het zien hoe belangrijk het is dat verenigingen hun maatschappelijke betekenis concreet kunnen maken. ‘We hadden nu een onderbouwing. Je kunt laten zien wat verenigingen binnen een gemeente betekenen. Dat helpt enorm in zo’n gesprek.’
Niet klaar na één besluit
Daar bleef het niet bij. Vanuit het Sportplatform ontstond een werkgroep om samen met de gemeente verder te kijken naar de tarieven voor accommodaties. Hoe verhouden die zich tot de werkelijke kosten? En welke bijdrage kan redelijkerwijs van verenigingen en andere gebruikers worden gevraagd?
Voor Bezemer is vooral belangrijk dat daar nu gezamenlijk over wordt gesproken. ‘Dan ben je in ieder geval met elkaar in overleg. Het moet niet alleen over de hoogte van de huur gaan, maar ook over de vraag wat je met die accommodaties en verenigingen voor de samenleving kunt betekenen.’
Daarbij kijkt het platform breder dan de traditionele sportfunctie. Sportaccommodaties staan op sommige momenten leeg, terwijl er in een wijk behoefte bestaat aan ruimte voor bijvoorbeeld jongeren, maatschappelijke organisaties, onderwijs of andere activiteiten. Door slimmer samen te werken kunnen sportaccommodaties volgens Bezemer een bredere functie krijgen.
Dat vraagt volgens hem wel om ondersteuning. ‘Je kunt niet alles bij vrijwilligers neerleggen. Als je meer maatschappelijke taken van verenigingen vraagt, moet je ook zorgen voor een goed kader en voldoende organisatiekracht.’
Sportplatform aan tafel bij raadsprogramma
De bijeenkomst kreeg nog een vervolg. Het Sportplatform raakte nadrukkelijker betrokken bij de gesprekken over de koers van de gemeente na de gemeenteraadsverkiezingen. Platform Sport en Bewegen leverde daarvoor zelf een advies aan voor het raadsprogramma 2026-2030.
Opvallend is dat het platform daarin expliciet gebruikmaakt van het inmiddels gepubliceerde Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen. Het adviseert onder meer sportverenigingen als onderdeel van de sociale basis te versterken, te investeren in toekomstbestendige sportvoorzieningen en structurele samenwerking tussen gemeente, verenigingen en maatschappelijke organisaties te organiseren.
Die bredere benadering is ook terug te zien in het uiteindelijke raadsprogramma van Zwijndrecht. Daarin koppelt de gemeente sport, cultuur en bewegen aan ontmoeting en een sterke sociale basis in de wijken. Het programma kwam tot stand met input van onder meer verenigingen en maatschappelijke organisaties.
Voor Bezemer betekent het dat sport niet meer uitsluitend aanschuift wanneer het over velden, sporthallen of subsidies gaat.
‘Sociaal werk, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties zaten al aan tafel. Nu mocht ik daar vanuit het Sportplatform ook bij aansluiten. Dat is belangrijk, want sport gaat ook over sociale cohesie in een gemeente.’
Van landelijk onderzoek naar lokale praktijk
Het landelijke impactonderzoek van de Grote Clubactie, RVVB, Impct Agency en Social Handprint bracht bij honderd sportverenigingen in kaart welke maatschappelijke waarde zij creëren. Gemiddeld komt die uit op ongeveer 546.000 euro per vereniging per jaar. Doorberekend naar bijna 26.000 sportverenigingen gaat het indicatief om circa 14,1 miljard euro maatschappelijke waarde per jaar.
In Zwijndrecht krijgen die landelijke cijfers nu een lokale vertaling. Op 25 november staat een nieuwe bijeenkomst gepland. Daniel Klijn licht daar opnieuw het landelijke impactonderzoek toe. In het tweede deel wil het Sportplatform de verbinding leggen met de lokale verenigingsmonitor.
Bezemer hoopt daarmee het gesprek verder te brengen: niet alleen aantonen wat sport kost, maar vooral zichtbaar maken wat verenigingen voor Zwijndrecht opleveren.
‘Het begint met bewustwording. Veel raadsleden weten simpelweg niet wat er allemaal binnen verenigingen gebeurt. Als je dat zichtbaar maakt, ontstaat een heel ander gesprek.’
Voor verenigingsbestuurders elders in Nederland is Zwijndrecht daarmee een concreet voorbeeld van wat de cijfers uit het impactonderzoek in de praktijk kunnen doen. Niet als rapport dat in een la verdwijnt, maar als onderbouwing aan tafel bij gemeente en politiek.

