Voor de RVVB Nieuwsbrief bekeek prof. dr. Kees Boersma het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen. Boersma is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoekt hoe organisaties, technologische innovatie en samenwerking bijdragen aan maatschappelijke veerkracht. Juist daarom spreekt het rapport hem aan: de uitkomsten sluiten nauw aan bij zijn onderzoek naar sterke gemeenschappen, lokale netwerken en de rol van maatschappelijke organisaties in tijden van druk en crisis. Volgens Boersma laat het onderzoek overtuigend zien dat sportverenigingen een veel grotere maatschappelijke waarde vertegenwoordigen dan vaak gedacht.
Boersma houdt zich niet direct bezig met sportbeleid, maar juist daardoor kijkt hij met een frisse blik naar de betekenis van verenigingen. “Ik onderzoek hoe formele en informele organisaties bijdragen aan veerkracht tijdens crises en rampen. Dan kijk je automatisch ook naar sportverenigingen.”

Sportclubs als onmisbare schakel tijdens crises
Volgens Boersma groeit het besef dat overheid en hulpdiensten grote crises niet alleen aankunnen. Bij langdurige ontwrichting, zoals een pandemie, overstroming of langdurige stroomuitval, telt de kracht van lokale netwerken zwaar mee. “Dan zie je dat sportverenigingen ineens enorm relevant zijn. Zij beschikken over gebouwen, vrijwilligers, lokale kennis en vertrouwen in de buurt.” Hij noemt sportaccommodaties daarom veel meer dan alleen sportlocaties. In het impactonderzoek leest hij terecht dat sportfaciliteiten ook als sociaal vastgoed gezien kunnen worden: plekken waar ontmoeting, ondersteuning en verbinding samenkomen.
Van sporthal naar steunpunt
Een concreet voorbeeld ziet Boersma in Amsterdam Nieuw-West. Daar kijkt de gemeente naar noodsteunpunten in onder meer de Calandhallen. “Dat laat zien hoe sportaccommodaties en verenigingen ook een maatschappelijke functie kunnen vervullen rondom crisisvoorbereiding en opvang.” Tijdens eerdere noodsituaties gebeurde iets vergelijkbaars. Bij de overstromingen in Limburg boden sportverenigingen ruimte voor tijdelijke opvang en hielpen vrijwilligers bij opruimwerkzaamheden.
Sociaal kapitaal maakt buurten sterker
Naast stenen en sportvelden ziet Boersma vooral de kracht van mensen. Het onderzoek noemt sociaal kapitaal: netwerken, onderling vertrouwen en betrokkenheid. Juist daarin blinken verenigingen uit.
Het rapport onderstreept volgens Boersma ook de grote waarde van vrijwilligers binnen sportverenigingen. “Vrijwilligerswerk binnen een sportvereniging zegt vaak iets over bereidheid om ook in crisistijd iets voor anderen te doen.” Wie actief is binnen een vereniging, staat vaak sneller klaar voor de buurt. Daarmee vormen sportverenigingen een waardevolle bron van energie en inzet wanneer druk op de samenleving toeneemt.
Preventie verdient meer aandacht
Boersma pleit voor een bredere blik op crisismanagement. Niet pas handelen zodra problemen uitbreken, maar al eerder investeren in netwerken en samenwerking. “Je wilt vooraf weten wie je kunt bellen, welke verenigingen actief zijn en welke sleutelpersonen het verschil maken. ”Daar ligt volgens hem een opdracht voor gemeenten, veiligheidsregio’s en sportbestuurders. Veel kennis over buurten en kwetsbare inwoners is lokaal aanwezig, maar verdwijnt soms uit beeld zodra een crisis uitbreekt en andere organisaties binnen de overheid de regie pakken.
Kans voor sportbestuurders
Ook voor sportbestuurders zelf ziet hij kansen. Verenigingen kunnen meedenken over voorlichting, vrijwilligersnetwerken en lokale weerbaarheid. Bijvoorbeeld rond campagnes over noodpakketten of ondersteuning van kwetsbare groepen.“Het potentieel is groot. De vraag is hoe je dat slim organiseert vóórdat er iets misgaat.”
Heldere conclusie
Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen bevestigt voor Boersma iets wat in de praktijk al zichtbaar is: sportverenigingen versterken gezondheid, ontmoeting en samenhang, maar ook maatschappelijke veerkracht.“Wie werkt aan een sterke samenleving, kan niet om sportverenigingen heen.”

