In aanloop naar het sportdebat van maandag 2 november in de Tweede Kamer presenteert minister Mirjam Sterk nieuwe plannen voor de toekomst van de sport. Het kabinet verhoogt het BOSA-budget voor 2027 naar 78 miljoen euro en wil de ondersteuning van sportverenigingen structureel versterken. Tegelijkertijd blijven belangrijke vragen bestaan over regeldruk, financiële zekerheid en de praktische ondersteuning van vrijwillige bestuurders.
Minister Sterk noemt sportverenigingen in haar Najaarsbrief Sport en Bewegen het kloppend hart van het Nederlandse sportlandschap. Volgens de minister leveren verenigingen een belangrijke maatschappelijke bijdrage, maar staan zij onder toenemende druk. Dalende ledenaantallen, een tekort aan vrijwilligers, hogere kosten en steeds meer maatschappelijke verplichtingen vragen veel van verenigingsbestuurders. Bovendien is volgens het kabinet ruim 60 procent van de sportaccommodaties verouderd en toe aan renovatie of vernieuwing.
Met de nieuwe plannen wil de minister sportverenigingen meer zekerheid en ondersteuning bieden. Tijdens het wetgevingsoverleg over de sportbegroting op 2 november kunnen Kamerleden de minister vragen hoe deze voornemens in de praktijk uitpakken.
BOSA-budget stijgt naar 78 miljoen euro
Voor sportverenigingen is de verhoging van de BOSA-regeling een van de belangrijkste aankondigingen. Het kabinet trekt voor 2027 in totaal 78 miljoen euro uit, inclusief uitvoeringskosten. Dat betekent een extra investering van 35 miljoen euro. Daarvan komt 15 miljoen uit de aanvullende sportmiddelen van het coalitieakkoord en 20 miljoen uit het budget voor het versterken van wijken en buurten.
Vanaf 2028 bedraagt het structurele BOSA-budget circa 51 miljoen euro per jaar. Daarnaast wil het kabinet vanaf dat jaar jaarlijks 50 miljoen euro beschikbaar stellen via een nieuw financieringsinstrument voor sportaccommodaties. Hoe dit instrument precies gaat werken en welke verenigingen ervoor in aanmerking komen, moet nog blijken.
Ook verandert het maximale subsidiebedrag per aanvrager. Volgens het bijbehorende persbericht verlaagt het kabinet dit van 2,5 miljoen naar 1 miljoen euro, zodat meer verenigingen kans maken op subsidie. Voor verenigingen met grote bouw- of renovatieprojecten kan die beperking juist gevolgen hebben.
De financiële zekerheid blijft daarmee een belangrijk gespreksonderwerp. De BOSA-regeling kende de afgelopen jaren een veel grotere vraag dan het beschikbare budget. Begin 2026 vroegen sportorganisaties op de eerste aanvraagdag al voor 109 miljoen euro subsidie aan, terwijl aanvankelijk 43,5 miljoen beschikbaar was. Voor vrijwillige bestuurders, die namens hun vereniging financiële verplichtingen aangaan, is niet alleen de omvang van het budget belangrijk, maar ook de voorspelbaarheid van de regeling.
Minder regeldruk, maar concrete maatregelen volgen later
Naast de financiering erkent de minister dat sportverenigingen steeds meer verantwoordelijkheden moeten dragen. Vrijwilligers krijgen te maken met regelgeving rond onder meer accommodatiebeheer, veiligheid, vergunningen en bestuurlijke verplichtingen.
Het kabinet werkt aan een rijksbrede aanpak om de regeldruk te verminderen. Die moet uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 verschijnen. Welke regels het kabinet daadwerkelijk gaat vereenvoudigen en hoeveel tijd dit verenigingsbestuurders gaat besparen, is nog niet duidelijk.
Juist dit onderwerp kwam tijdens eerdere sportdebatten nadrukkelijk aan bod. Kamerleden vroegen toen aandacht voor de groeiende belasting van vrijwilligers. Ook het RVVB pleit al langer voor beleid dat beter aansluit op de dagelijkse praktijk van verenigingen. Minder administratieve lasten en eenvoudiger toegang tot regelingen kunnen bestuurders helpen om meer tijd over te houden voor hun eigenlijke taak: het organiseren van de vereniging.
Ombudsfunctie blijft aandachtspunt
Een onderwerp dat in de nieuwe najaarsbrief niet concreet terugkomt, is de onafhankelijke ombudsfunctie voor sportverenigingen. De Tweede Kamer nam in maart een motie aan om deze functie, in samenspraak met NOC*NSF en het RVVB, te versterken en voor de toekomst te borgen. Tijdens het sportdebat van 30 juni gaf minister Sterk aan dat zij de mogelijkheden verder onderzoekt.
Voor het RVVB is vooral de onafhankelijkheid van belang. Verenigingen moeten ergens terechtkunnen wanneer zij vastlopen bij bijvoorbeeld een gemeente, sportbond of uitvoeringsorganisatie. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van individuele problemen, maar ook om het herkennen en aanpakken van terugkerende knelpunten.
Hoe deze functie een plaats krijgt binnen de verdere ontwikkeling van de verenigingsondersteuning, blijft daarmee een relevante vraag voor de minister.
Sportdebat moet meer duidelijkheid bieden
Maandag 2 november bespreekt de Tweede Kamer van 13.00 tot 19.00 uur het begrotingsonderdeel Sport met minister Sterk.
De najaarsbrief biedt Kamerleden nieuwe aanknopingspunten. Het kabinet erkent de maatschappelijke betekenis van sportverenigingen, trekt meer geld uit voor accommodaties en wil de ondersteuning structureel organiseren. Ook werkt het aan wetgeving die de verantwoordelijkheden van Rijk en gemeenten voor sport en bewegen duidelijker moet vastleggen.
Tegelijkertijd vraagt de uitvoering nog om belangrijke keuzes. Hoe toegankelijk wordt de BOSA-regeling? Wanneer merken bestuurders iets van minder regeldruk? En welke ondersteuning kunnen verenigingen verwachten als zij daadwerkelijk in de problemen komen?
Daarmee draait het debat niet alleen om nieuwe investeringen, maar ook om de vraag hoe het landelijke sportbeleid aansluit op de werkelijkheid van de duizenden vrijwillige bestuurders die de Nederlandse sportverenigingen draaiende houden.

