Minister Mirjam Sterk en Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis stonden zaterdag samen achter de bar van een sportvereniging in Elst. Koffie schenken, limonade uitdelen en tosti’s bakken vormden het luchtige begin van een dag met een serieuzere boodschap: hoe zorgen politiek en overheid ervoor dat vrijwillige bestuurders hun sportverenigingen ook de komende jaren draaiende kunnen houden?
Mohandis nodigde Sterk uit om zelf de praktijk van het verenigingsleven te ervaren. De minister ging op die uitnodiging in. Bij hockeyclub HCOB en voetbalvereniging S.V. Spero spraken zij vervolgens met voorzitters en bestuurders uit verschillende sporten en delen van het land. Daarmee ontstond een opvallende verbinding. Sterk en Mohandis vervullen verschillende politieke rollen, maar blijken in hun analyse van het verenigingsleven dicht bij elkaar te staan. Beiden benadrukken de grote maatschappelijke waarde van vrijwilligers en beiden zien dat het voor verenigingen steeds moeilijker wordt om alle taken, regels en verantwoordelijkheden op vrijwillige basis te blijven dragen.
‘We zijn hier vandaag op uitnodiging van Mohammed Mohandis om te kijken: hoe gaat dat nu en wat hebben deze vrijwilligers nodig om dat sporten en bewegen, wat we allemaal hartstikke belangrijk vinden, nog beter te maken?’, zei Sterk.
De minister wil de ervaringen uit Elst meenemen naar Den Haag. ‘Er speelt gewoon heel veel bij heel veel verenigingen. Vrijwilligers zijn natuurlijk het cement van de samenleving. Mensen steken hier naast allerlei andere rollen en banen heel veel tijd in en wij moeten zorgen dat ze dat zo drempelloos mogelijk kunnen doen.’
Sterk noemt daarbij ook concrete voorwaarden: ‘Zo min mogelijk regels, betaalbare contributie, dat soort dingen. Daar moeten we ons hard voor maken.’
Dezelfde analyse, verschillende verantwoordelijkheid
Juist op dat punt vindt Mohandis de minister. Ook hij spreekt over sportverenigingen en hun vrijwilligers als het sociale cement van de samenleving. Maar volgens het Kamerlid mag het niet bij die gezamenlijke constatering blijven.
‘Ik ben heel blij dat deze minister op de uitnodiging is ingegaan om eens met de sportvereniging in gesprek te gaan’, zei Mohandis. ‘We moeten ze echt helpen.’
Hij ziet voor de komende jaren een stevige agenda. Zo noemt hij o.a. een Sportwet en een strategie voor sportverenigingen. Uiteindelijk draait het volgens hem om de vraag hoe het aantrekkelijk blijft om vrijwillig verantwoordelijkheid te nemen voor een vereniging. ‘We hebben het over het sociale cement van de samenleving. Maar als we dat met elkaar delen, dan moet er ook actie bij.’
Daar ligt tegelijkertijd het verschil in hun rollen. Sterk moet als minister beleid maken en uitvoeren; Mohandis zal vanuit de Tweede Kamer volgen of de beloofde stappen daadwerkelijk gezet worden. ‘Daar ga ik haar de komende jaren op controleren’, zei hij. ‘De minister moet er echt alles aan doen om sportverenigingen weer hoog op de politieke agenda te houden. En die strijd zal ik voortzetten.’
Van luisteren naar uitvoeren
Die verhouding maakt het bezoek aan Elst meer dan alleen een sympathieke gezamenlijke bardienst. Mohandis bracht de minister bewust naar de verenigingen toe. Sterk nam die uitnodiging aan, luisterde naar bestuurders en sprak zelf uit dat regels en drempels omlaag moeten. Daarmee lijkt er over de richting weinig verschil van mening te bestaan. De volgende vraag is ingewikkelder: welke maatregelen volgen daar nu uit?
De aanwezige verenigingsbestuurders brachten daarvoor verschillende concrete onderwerpen op tafel. Van de betaalbaarheid van binnensport en de toekomst van de BOSA-regeling tot multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties en samenwerking met onderwijs, zorg en welzijn.
Voorzitter Tom Vooges van Kano Club Rotterdam: ‘Hoe mooi en eervol het ook is om een vereniging te mogen besturen, je loopt toch aan tegen dingen die dat besturen erg in de weg zitten. We liggen er niet wakker van, maar het is zeer onhandig dat sportverenigingen hetzelfde worden behandeld als het bedrijfsleven, als het gaat om vergunningen, privacywetgeving, de WBTR, etc. Het maakt de werklast allemaal steeds iets groter. Hiernaast is het buitengewoon onwenselijk dat het (bijna) onmogelijk is geworden om een bankrekening te openen. En ook de oorzaak hiervan ligt niet binnen het bankwezen, maar bij de ingewikkelde wetgeving.’
Rabelink: ‘Zaak om nu snel tot actie te komen’
Voor Michel Rabelink, voorzitter van handbalvereniging HV Zwartwoud Kwiek, staat betaalbaarheid hoog op de agenda. Zijn vereniging beschikt niet over een eigen accommodatie en horeca, waardoor de kosten van binnensport zwaar drukken op de begroting. Rabelink benadrukte daarom tijdens het gesprek het belang van de BOSA-regeling voor dit type verenigingen. Hij pleitte onder meer voor voldoende financiële ruimte voor BOSA en voor een duidelijker onderscheid tussen ondersteuning voor materialen enerzijds en verduurzaming en nieuwbouw van accommodaties anderzijds.
Ook opperde hij om te kijken naar het overhevelen van middelen uit andere regelingen naar BOSA, zoals eerder is gebeurd. Voor Rabelink is daarbij haast geboden.
‘Het was een waardevolle dialoog tussen betrokken bestuurders en de minister’, zegt hij. ‘Maar het is zaak om nu wel snel tot actie te komen. Er gaan volgend jaar verenigingen failliet, terwijl verenigingen duurbetaalde sportaccommodaties in leven moeten houden.’
Zijn boodschap onderstreept het verschil tussen buitensportverenigingen met een eigen accommodatie en binnensportclubs die voor hun trainingen en wedstrijden grotendeels afhankelijk zijn van gehuurde sporthallen. Rabelink wees eerder ook publiekelijk op de hoge kosten voor zijn vereniging zonder eigen accommodatie en horeca.
Van Beekveld: vereniging kan veel bredere ontmoetingsplek zijn
Eli van Beekveld, voorzitter van Sportclub Loosbroek, bracht juist de bredere maatschappelijke functie van de vereniging naar voren. Zij ziet kansen wanneer sportverenigingen intensiever samenwerken met andere organisaties in hun omgeving. ‘Kansen liggen in de samenwerking met onderwijs, jeugdzorg, welzijnsorganisaties en kinderopvang’, zegt Van Beekveld. ‘Sportverenigingen zouden een ontmoetingsplaats kunnen zijn voor veel meer doelgroepen. Maar dan is het nodig dat men over de eigen grenzen heen kijkt.’
Die gedachte sluit aan bij de ontwikkeling die Sportclub Loosbroek zelf doormaakt. De omnivereniging richt zich nadrukkelijk op bewegen, verbinden en ontmoeten en vervult binnen het dorp een bredere maatschappelijke rol. Van Beekveld herkende tijdens het gesprek veel van de vraagstukken die andere bestuurders naar voren brachten. Over de sfeer en de houding van Sterk is zij positief. ‘Heel prettig. De minister luisterde oprecht en was ook duidelijk in waar ze wel en niet iets zou kunnen betekenen.’
Visser: niet alleen praktische problemen, ook het systeem bekijken
Jeen Visser, voorzitter van voetbalvereniging ONT uit Opeinde, zag eveneens een geïnteresseerde minister. Toch had hij graag nog meer ruimte gezien voor de beleidsmatige kant van de problemen waar verenigingen mee kampen.
Er kwamen volgens Visser veel praktische knelpunten van individuele clubs aan bod. Dat is waardevol, maar juist het zoeken naar structurele oplossingen verdient volgens hem in het vervolg meer aandacht. BOSA speelde tijdens het gesprek een belangrijke rol. Volgens Visser reageerde Sterk daarop inhoudelijk en gaf zij aan ook naar mogelijke veranderingen in het systeem te willen kijken.
Zelf ziet hij een belangrijke oplossingsrichting in de manier waarop Nederland sportaccommodaties gebruikt. ‘We moeten met z’n allen slimmer omgaan met accommodaties en die wat multifunctioneler gaan gebruiken’, zegt Visser. Daarbij ziet hij nadrukkelijk mogelijkheden voor samenwerking met zorg, onderwijs en het sociale domein. ‘Daar moeten we de winst vandaan halen.’
Visser bracht daarnaast de gevolgen van het verdwijnen van de salderingsregeling voor verenigingen onder de aandacht. Voor ONT is dat een belangrijk onderwerp, omdat de vereniging de afgelopen jaren juist veel in duurzaamheid investeerde. ‘Wij hebben natuurlijk ontzettend geïnvesteerd in duurzaamheid.’
Half jaar onderweg
Minister Sterk zit inmiddels ruim een half jaar op de sportportefeuille. Sinds de beëdiging van het kabinet op 23 februari liggen verschillende dossiers op haar tafel die rechtstreeks raken aan sportverenigingen. Na gesprekken, werkbezoeken en het ophalen van signalen komt daarmee ook het moment waarop verenigingen concrete resultaten willen zien.
De bijdragen van Rabelink, Van Beekveld en Visser laten tegelijkertijd zien hoe breed die opgave is. Het gaat om regeldruk en betaalbaarheid, maar ook om accommodaties, verduurzaming, ondersteuning van vrijwillige bestuurders en de vraag hoe de maatschappelijke functie van verenigingen beter benut kan worden.
Voor de RVVB ligt juist daar de betekenis van de bijeenkomst. Het gesprek tussen minister, Kamerlid en verenigingsbestuurders laat zien dat er brede overeenstemming bestaat over het belang van sterke sportverenigingen. Maar erkenning van hun maatschappelijke waarde alleen is niet voldoende.
‘Als vrijwilligers inderdaad het sociale cement van de samenleving vormen, zoals zowel Sterk als Mohandis zaterdag benadrukten, moet dat ook terug te zien zijn in de keuzes die in Den Haag worden gemaakt’, zegt Daniel Klijn.

