Skip links

Job Cohen: ‘Juist in de sportkantine kan de samenleving weer met elkaar in gesprek’

Oud-staatssecretaris en oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen ziet een duidelijke rol voor sportverenigingen in een tijd van polarisatie, afnemend vertrouwen en doorgeschoten individualisering. Volgens Cohen brengen verenigingen mensen bij elkaar buiten hun eigen bubbel. Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen onderstreept volgens hem terecht die bredere maatschappelijke waarde. ‘Het klinkt heel verstandig allemaal, dat impactonderzoek.’ De zorgen over polarisatie, afnemend vertrouwen in de overheid en verharding in het publieke debat leven breed. Job Cohen kijkt daar met grote zorg naar. Als oud-staatssecretaris van Justitie en oud-burgemeester van Amsterdam kent hij de spanning rond maatschappelijke vraagstukken van dichtbij. Tijdens zijn burgemeesterschap kreeg Amsterdam te maken met de moord op Theo van Gogh, een gebeurtenis die diepe schokken door de stad en het land joeg. Toch ziet Cohen de huidige tijd als zorgelijker. ‘Ik ben daar niet blij mee. De polarisatie is erger dan in de tijd dat ik burgemeester was.’ Volgens Cohen spelen sociale media daarin een belangrijke rol. ‘Iedereen zit daar meestal in zijn eigen sociale bubbel. Mensen komen vooral mensen tegen met wie ze het eens zijn. Tegenargumenten hoor je dan weinig.’

De boel bij elkaar houden
Toen Cohen in Amsterdam aantrad als burgemeester, formuleerde hij zijn opdracht in eenvoudige woorden: de boel een beetje bij elkaar houden. Hij verwees daarbij naar Joop den Uyl, die volgens Cohen ooit vergelijkbare woorden gebruikte toen hij als premier aantrad. Die opdracht klinkt volgens Cohen nu actueler dan ooit. ‘Het is ongelooflijk belangrijk om de boel bij elkaar te houden. Het is nu nog meer nodig dan toen.’ Daarbij wijst hij op het teruglopende vertrouwen in de overheid. ‘Dat vertrouwen is enorm teruggelopen. Dat is echt slecht voor het land. Mensen die iets van de overheid verlangen en dat niet krijgen, zeggen al snel: zie je wel, ze maken er een zooitje van.’ Juist daarom blijft zijn kernpunt overeind: politiek vraagt moed. ‘We hebben politici nodig die zeggen: kijk, dit is wat ik vind. Als je het met me eens bent, moet je op me stemmen. Niet je oren laten hangen naar makkelijke oplossingen.’

Sportvereniging als oefenplaats voor dialoog
Juist tegen die achtergrond ziet Cohen betekenis in het verenigingsleven. Sportverenigingen brengen mensen samen die elkaar buiten het veld, de zaal of de kantine niet vanzelfsprekend tegenkomen. Daar ligt volgens hem een mooie kans. ‘De sportvereniging is een uitstekende plek. Ik vind het heel goed dat daar meer nadruk op komt te liggen.’ Volgens Cohen kunnen sportverenigingen meer doen dan trainingen, wedstrijden en competitie organiseren. Niet als politieke arena, maar als laagdrempelige plek voor ontmoeting en gesprek. ‘Ik zie voor me dat verenigingen bijeenkomsten organiseren waar sport centraal staat, maar waar je ook meer doet dan dat. Dat je onderwerpen aan de orde stelt waar mensen het niet over eens zijn.’ Daarbij gaat het hem niet om debat in de klassieke zin, met winnaars en verliezers. Cohen pleit eerder voor dialoog. ‘Je hoeft niet, zoals in een debat, een winnaar te hebben. In een dialoog wissel je argumenten uit en luister je naar elkaar, ook als je het oneens bent. Zo leer je van elkaar.’ Volgens Cohen gaat het om kleine stappen. ‘Alle beetjes helpen. De langste weg begint met de eerste stap. Gelukkig zijn er nog genoeg mensen die prima in de samenleving staan en die die polarisatie niet willen. Juist ook bij sportverenigingen, waar duizenden vrijwilligers en bestuursleden actief zijn en zich hier kapot ergeren.’

Uit de eigen bubbel
Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen laat zien dat sportverenigingen veel meer waarde creëren dan sportdeelname alleen. Het onderzoek brengt onder meer de bijdrage aan gezondheid, vrijwilligerswerk, leefbaarheid, ontmoeting en sociale samenhang in beeld. Voor Cohen sluit dat aan bij wat hij in de praktijk ziet. ‘Ik vind het echt voortreffelijk dat de maatschappelijke waarde zo in beeld is gebracht via het onderzoek. Ik zie echt een mooie rol voor sportverenigingen als plek waar polarisatie kan worden tegengegaan.’ Volgens Cohen zit de kracht van verenigingen juist in het gewone, alledaagse contact. Langs de lijn, in de kleedkamer, achter de bar of in de bestuurskamer spreken mensen elkaar niet als politieke tegenstanders, maar als teamgenoot, vrijwilliger, trainer of supporter. Dat maakt de sportvereniging volgens hem tot een plek waar mensen uit hun eigen bubbel kunnen stappen. ‘Hier komt de samenleving elkaar nog tegen. Dit is de plek om de dialoog met elkaar aan te gaan en uit je eigen bubbel te komen.’

Vertrouwen herstellen begint dichtbij
Cohen ziet daarin ook een opdracht voor bestuurders. Als hij nu zelf bestuurder zou zijn, zou hij, net als toen, de samenleving opzoeken. Niet alleen in vergaderzalen, maar juist op plekken waar mensen samenkomen.
‘Ik zou eropaf gaan, de samenleving in. Juist naar de plekken waar bestuurders niet vanzelfsprekend komen, maar waar mensen elkaar wél vanzelfsprekend ontmoeten. Probeer op die manier het vertrouwen in de overheid, hoe kleinschalig ook, stapje voor stapje weer te verbeteren. En bezoek als bestuurder dus ook sportverenigingen.’ Die oproep past bij zijn bredere visie op bestuur. Een burgemeester die boven de partijen staat, kan volgens Cohen nog altijd gezag en vertrouwen uitstralen. Dat verklaart volgens hem ook waarom veel mensen relatief veel vertrouwen uitspreken in burgemeesters. ‘Een burgemeester staat een beetje boven de partijen. Dat helpt.’
Maar Cohen legt de verantwoordelijkheid niet alleen bij burgemeesters. Ook wethouders, raadsleden, Kamerleden en andere bestuurders moeten volgens hem zoeken naar manieren om verschillen niet verder uit te vergroten, maar bespreekbaar te maken.

Moeilijke onderwerpen niet mijden
Cohen noemt asiel als voorbeeld van een onderwerp waarbij de samenleving snel tegenover elkaar komt te staan. Juist daar pleit hij voor meer begrip voor elkaars argumenten. Niet omdat iedereen het eens moet worden, maar omdat het erkennen van elkaars zorgen een eerste stap vormt. ‘Je hebt mensen die tegen asiel zijn en mensen die ervoor zijn. Daar zijn allemaal goede argumenten voor. Ik kan me niet voorstellen dat tegenstanders helemaal niets zien in de argumenten van voorstanders – en omgekeerd. Zoek begrip voor elkaars standpunten.’ Volgens Cohen kunnen ook sportkantines, verenigingsbijeenkomsten en gesprekken langs de lijn ruimte bieden voor dat soort ontmoetingen. Niet groots of zwaar, maar dichtbij en herkenbaar. ‘Juist dit soort onderwerpen bespreek je samen in een sportkantine of langs de lijn, en hopelijk ontstaat daar begrip.’

Maatschappelijke waarde vraagt aandacht
Voor het RVVB raakt Cohens boodschap aan de kern van het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen. Verenigingen leveren dagelijks maatschappelijke waarde, vaak gedragen door vrijwilligers die dat vanzelfsprekend vinden. Maar vanzelfsprekend is het niet. Cohen ziet in het onderzoek een manier om die waarde beter zichtbaar te maken. Niet om sportverenigingen te belasten met nóg meer maatschappelijke opdrachten, maar om te laten zien wat er nu al gebeurt en waarom die plekken aandacht, steun en onderhoud verdienen. Sportverenigingen kunnen volgens de oud-burgemeester natuurlijk geen oplossing bieden voor de grote problemen van deze tijd. Maar ze vormen wel plekken waar het gesprek opnieuw kan beginnen. Waar vrijwilligers, bestuurders, ouders, jongeren en buurtgenoten elkaar ontmoeten en samen verantwoordelijkheid dragen. Daarmee krijgen sportverenigingen in Cohens visie betekenis die verder reikt dan sport alleen.

Lees ook interviews vanuit de wetenschap en politieke leider hieronder over het onderzoek en de waarde van sportverenigingen: