Skip links

In gesprek met Eugène Loos verbonden als emeritus Universitair hoofddocent aan de UU. Van landelijke impact naar lokaal gesprek

Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen laat zien hoeveel maatschappelijke waarde sportclubs creëren. Maar hoe gebruik je die inzichten als bestuurder in het gesprek met gemeente, sponsors of maatschappelijke partners? Volgens Eugène Loos, verbonden als emeritus Universitair Hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en deskundige op het gebied van betrouwbare digitale communicatie, begint dat met een praktische vertaalslag naar het eigen clubverhaal.

 

Sportverenigingen zijn meer dan een plek voor trainingen en wedstrijden. Ze brengen mensen bij elkaar, geven jongeren structuur, houden ouderen actief, bieden vrijwilligers verantwoordelijkheid en dragen bij aan leefbaarheid in dorp of wijk. Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen maakt die brede maatschappelijke waarde zichtbaar. Maar daarmee begint voor bestuurders pas de volgende vraag: hoe gebruik je die inzichten in het gesprek met de gemeente, sponsors, maatschappelijke partners of lokale media?

Volgens Loos, vraagt het rapport om een praktische vertaalslag. Niet iedere wethouder of beleidsmaker zal een volledig rapport lezen. De kunst is om de landelijke inzichten te vertalen naar het eigen clubverhaal. “Dit rapport geeft een prachtig beeld,” zegt hij. “Maar zo’n rapport gaat niet vanzelf leven.”

Niet alleen zenden, maar vertalen
Loos is zeer positief over de inhoud van het impactrapport. De boodschap dat sportverenigingen veel meer betekenen dan sport en bewegen alleen, komt volgens hem duidelijk naar voren. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor een bekende valkuil: het rapport simpelweg doorsturen naar een wethouder, beleidsmedewerker of sponsor is meestal niet genoeg.

Daarvoor is het landelijke rapport te breed. Een wethouder sport leest met andere ogen dan een wethouder jeugd of zorg. Een sponsor let op andere zaken dan een welzijnsorganisatie. En een journalist zoekt weer een ander verhaal dan een beleidsmedewerker.

De vraag voor bestuurders is daarom niet alleen: wat staat er in het rapport? Maar vooral: welk deel van dit verhaal is relevant voor de persoon of organisatie met wie ik in gesprek wil?

Begin bij de 14 aanbevelingen
Volgens Loos bieden vooral de 14 aanbevelingen in het rapport een praktisch vertrekpunt. Elke vereniging kan daaruit kiezen welke punten passen bij de eigen situatie, de lokale uitdagingen en de gesprekspartner aan tafel. Een club hoeft niet alles tegelijk te gebruiken; twee of drie goed gekozen aanbevelingen kunnen al genoeg zijn om het gesprek met gemeente of partners scherper te voeren.

De honderd deelnemende verenigingen kregen naast het landelijke rapport ook een eigen impactverslag. Maar ook andere clubs kunnen met de landelijke uitkomsten werken. Het rapport biedt taal en onderbouwing voor wat veel bestuurders dagelijks zien: hun vereniging is meer dan een sportaanbieder. Wie geen eigen impactrapport heeft, kan zelf voorbeelden verzamelen rond vrijwilligers, ontmoeting, jeugd, gezondheid, samenwerking en leefbaarheid. Juist die concrete voorbeelden maken het landelijke verhaal lokaal geloofwaardig.

Maak het rapport lokaal
Loos adviseert bestuurders om eerst hun stakeholders in kaart te brengen. De wethouder sport ligt voor de hand, maar ook jeugd, onderwijs, welzijn, gezondheid, armoedebeleid, ouderenbeleid, ruimtelijke ordening en duurzaamheid kunnen relevant zijn. Een wethouder jeugd kijkt anders naar een club dan een beleidsmedewerker sociaal domein of een lokale journalist. De kern van het verhaal blijft hetzelfde, maar de nadruk verschuift per gesprek.

Stel dat je als vereniging een eenvoudige matrix maakt. Vertikaal zet je de partijen met wie je in gesprek wilt: gemeente, wethouder, beleidsmedewerker, sponsor, school, welzijnsorganisatie of lokale media. Horizontaal zet je de thema’s en daaraan verbonden aanbevelingen uit het rapport die voor jouw club relevant zijn, zoals jeugd, gezondheid, ontmoeting, vrijwilligerswerk, duurzaamheid of leefbaarheid.

Zo zie je snel welke boodschap bij welke gesprekspartner past. Voor de ene partij ligt de nadruk op jeugd en ontwikkeling, voor de andere op ontmoeting, vrijwilligerswerk, gezondheid of de rol van de vereniging in de wijk. Het helpt bestuurders om het landelijke verhaal terug te brengen naar een concreet lokaal gesprek.

Volgens Loos vraagt dit wel een bredere blik van sportbestuurders. Verenigingen zijn vaak sterk intern gericht, met aandacht voor leden, vrijwilligers, accommodatie en wedstrijden. Dat is logisch, maar wie maatschappelijke waarde zichtbaar wil maken, moet ook naar buiten kijken. Welke thema’s spelen in de gemeente, welke partners zoeken samenwerking en hoe sluit de club daar al op aan? Veel verenigingen leveren dagelijks maatschappelijke waarde, maar benoemen die nog niet altijd zo.

Lokale media als bondgenoot
Loos wijst ook op de kracht van lokale en regionale media. Een verhaal in de regionale krant, bij de lokale omroep of op de lokale radio kan soms meer doen dan een rapport in de mailbox van een beleidsmaker. Zeker als daarin zichtbaar wordt wat een vereniging concreet betekent voor de eigen wijk, het dorp of de gemeente.

Daarbij hoeft niet het hele rapport terug te komen. Kies liever één herkenbaar verhaal: een vrijwilliger, een aangepast sportaanbod, een buurtsamenwerking of een activiteit die laat zien wat de club toevoegt.

Van waarde naar invloed
Het impactrapport is geen eindpunt, maar een startpunt. Voor de honderd deelnemende verenigingen ligt er met hun eigen impactverslag al een concreet vertrekpunt. Voor alle andere clubs biedt het landelijke rapport taal en onderbouwing om het eigen verhaal sterker te maken.

De opdracht is voor iedere bestuurder hetzelfde: bepaal wie je wilt bereiken, wat die partij belangrijk vindt en welke maatschappelijke waarde jouw vereniging daar al tegenover zet. Dan verandert de boodschap van “wij hebben steun nodig” in: “kijk wat wij al bijdragen — en wat er mogelijk is als we daarin samen optrekken.”